Zuigen

 
 

Das Oberkommando Europas gibt bekannt:

Ab heute sind Staubsäuger mit mehr als 1600 Watt leistung verboten!

Dat zuigt!
In plaats van burgers te helpen met het kiezen van een energiezuinige stofzuiger,
verbieden de Brusselse regenten eenvoudig.

Zeg, stelletje geldgraaiende en verkwistende Eurocraten, kijk eerst eens naar jezelf.
Met je verhuizingen van Brussel naar Straatsburg en vice versa.
Dat kost geen drol natuurlijk.
En helemaal niet belastend voor het miljeu en energieverkwistend.
Wat een mensbeeld hebben ze daar…

Opzuigen, die Eurocraten, zo snel mogelijk.
En de stofzak ergens in het Midden-Oosten legen.
De Brusselse bureaucraten kunnen die extremisten daar nog wel wat leren.
Bloedeloos, dat wel weer.
 
stofzuiger
 
 

De zin van…

…tvkijken
…religie
…bloggen
…fietsen
…bedelen
…soep koken
…lezen
…schrijven
…denken
…het leven

Ik ben voel me gedeprimeerd.

Somber om wat er in de wereld gebeurt.
Somber van het tvkijken naar bijvoorbeeld Nieuwsuur of het NOS-journaal
die al die vreselijke islam-extremistische massamoordenaars,
vrouwen- en kinderverkrachters en slavenhandelaren ‘strijders’ noemt.
Somber om zo’n burgemeester die vrolijk vakantie blijft vieren
als er in zijn stad ‘Dood aan alle Joden’ wordt geroepen, en dan
laat verklaren dat er geen grenzen zijn overschreden.
Somber omdat dit probleem niet op te lossen valt, omdat nog zo’n groot
deel van die analfabete en achterlijke woestijnvolken, die zich
overal in de westerse wereld hebben verspreid, een barbaarse religie
aanhangt en niet beter wil weten.
En dat we nog steeds door een stelletje VVD-ers en PvdA-ers worden
geregeerd die in principe wegkijken. Wanneer de publieke opinie ze een
beetje wakker probeert te schudden, reageren ze als door een wesp gestoken,
door de boodschapper aan te vallen.
Op stelten halfgare en nietwerkende maatregelen verzinnen en die
vervolgens half of niet uitvoeren.
Ik kijk maar niet langer naar het journaal of opinieprogramma’s op de tv,
voor mijn gezondheid is dat veel beter.

Vrolijk bloggen gaat daardoor niet zo goed, mijn humor is een beetje
doodgeslagen. O nee, dat kan niet.
Ik wil uit principe niet met een kwaad humeur bloggen, om te voorkomen
dat de tere zieltjes van de lezers/essen gekwetst worden. Er is al ellende
genoeg in bloggersland.

Fietsen. Lekker, in de regen. Niet dus.
Nou ja, even naar de supermarkt waar de volksstammen van campinggasten
weer naar huis zijn, gelukkig.
Ik ging soep maken en tot mijn schrik was het gehakt voor de
soepballetjes op. Gisteren ging dat door de macaroni-carbonara, lekker.
Dus op de fiets gesprongen geklommen.
Bij de supermarkt staat daar de sokkenbreister in haar scootmobiel weer
ongegeneerd de weg te versperren. Ze rijdt half voor de ingang en
bedelt bij de mensen die naar buiten komen om zegeltjes.
Of ze roept luidkeels: ‘Sokken te koop!’, wat ook op een bordje staat
dat tussen een wirwar van gebreide sokkken aan haar scootmobiel hangt.
Ik heb al diverse aanvaringen met haar gehad, het is een ouwe tang van
tachtig die de ingang gewoon terroriseert.
Ik slalom langs haar de winkel in.
Gehaktballetjes uit blik? Neu.
Vers gehakt dan? Allemaal gekruid, een specialiteit van deze supermarkt.
Ik kruid zelf wel, dank u.
Ah, nog één bakje soepballetjes, rundvlees en niet gekruid. Hebbes.
Bij de kassa ruzieën twee kassameisjes (vijftien/zestien?) in het Fries
over het gebak dat ze in de nakende pauze gaan nuttigen. Boeiend.
De sokkenheks is verdwenen, vrij baan!
De soep wordt lekker, Deense rundvleessoep met bovengenoemde ballen en
voorverpakte soepgroente, waar ik de wortelblokken uitvis.
Als ik wortelen wil eten koop ik wel wortelen en geen soepgroente.
Waar was ik ook alweer?

O ja, lezen.
Ik lees ‘s avonds voor het slapen nog een stukje op m’n e-reader.
Lichte kost.
Marcel van Roosmalen, gebundelde stukje die al eerder in krant/tijdschrift
verschenen zijn. Tongue in cheek. Geweldig.
Silvia Witteman. Zelfde laken een pak.
Eigenlijk de poeha-mensen in de samenleving te kijken gezet.
Heerlijk.
En je kunt er geweldig op slapen.

Tot mijn verbazing lukt het schrijven van een stukkie nu wel.
Als je er over nadenkt is het natuurlijk een kwestie van
afreageren. De boosheid op papier/tablet/monitor zetten en dan
ebt het langzaam weg.
Moesten die booslims ook maar doen, bedenk ik nu.

Het leven is dus eigenlijk zo gek nog niet.
Alleen mis ik wéér de Visserijdagen in Harlingen.
Mijn auto is stuk, moet naar de garage.
Naar die gruwelijke mannen gekleed in vette, blauwe overalls en met
rouwrandjes onder de nagels die voor een stukje vreemgebogen metaal
met een rechtsdraaiend schroefje erin, bestemd voor een achterwiel
goudgeld durven te vragen! Gvd!

Gelukkig is de soep wel lekker.
Ach, het leven is toch zo gek nog niet.

De man en zijn kleurtje

 
 
Komkommers zijn groen, ook in de komkommertijd.
Die is nu voorbij, politici kruipen weer onder hun steen uit zoeken weer de publiciteit.
Rood moet het worden in plaats van komkommertijdgroen.
Tenminste volgens de Azijnbode Volkskrant.
Op zaterdag 23 augustus worden de pagina’s weer vrolijk roodgekleurd.
Samsom laat na een lange, diepe stilte weer van zich horen.
 
Pownews-Samsomitis-23-8-2014 11-14-05
 
 
Volgens Pownews (wasdat?) wil de oude links-rode Greenpeace-activist de ‘rechtstaat beschermen’.
 
 
 
 
 
 
Maar ook onze Hollandse Nederlandse tomaten en rode paprika’s doen mee!
Rodekoppen
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Rode wangen krijg je van het lezen van oude vieze boekjes, volgens een beetje overjarige column-mevrouw.
Dus Diederik, neem een abonnement op de bibliotheek!
O, wacht…
 
 

De vrouw en het scheurtje

 
 
In een groot, oud gebouw woont een vrouw met blonde haren.
Het gebouw lijkt wel een paleis maar is het niet.
Dit gebouw draagt de traditie van een paleis, net zoals iedereen binnen het gebouw
een traditie draagt.
Er is een bovenste verdieping, bewoond door wel 85 generaals.
De verdiepingen daaronder bevatten vele, vele luitenant-kolonels en kolonels.
De vrouw met de blonde haren was enige tijd geleden gebombardeerd benoemd tot
Minister van het Departement van Oorlog Defensie.
Zij is dus de baas van al die vlag- en opperhoofdofsieren die in dat gebouw vertoeven.
Zij geeft hen bevelen.
Strenge bevelen, die de ofsieren niet mogen tegenspreken.
De vrouw zelf ontvangt die strenge bevelen van een groepje burgers.
Die burgerlieden zijn politici, door de andere burgers van het land gekozen.
Ook deze politici hebben geen verstand van het krijgsbedrijf, nooit hebben zij
de wapenrok gedragen, moeten salueren voor een meerdere, met een UZI ‘s nachts
op wacht gestaan bij een leeg complex bunkers, of willoos naar de kapper
gestuurd om hun lange haren te laten knippen.
Dat is allemaal al lang geleden afgeschaft.

Generaals zijn duur.
Maar de dingen waar hun ondergeschikten soms in rijden, vliegen of varen zijn
nog duurder. Gelukkig hadden de meeste generaals wel eens in een duur voertuig
gezeten, toen ze met de Fyra naar hun werk spoorden.
Op bevel van dat groepje onwetenden dat zich ‘kabinet’ noemt, moesten de generaals
veel voertuigen, vliegmachines en marineschepen op bevel van hun vorige baas én de
huidige bazin wegdoen, verkopen.
Dat heet bezuinigen.
Zelf mochten de generaals blijven, behalve de enkele die met pensioen ging.

De Minister bladert door een stapel papieren voor haar op het bureau.
Plotseling springt ze op.
‘Een scheurtje in onze vliegtuigen?’ leest ze hardop van een A4tje.
‘Adjudant!!’ roept ze door het vertrek.
Een deur gaat open en de adjudant treedt nader, staat in de houding.
‘Hebben we nog tweezits F16’s ?’ vraagt ze met onvaste stem.
‘Zeker, mevrouw de Minister,’ antwoordt de adjudant.
‘En hoeveel dan wel?’
‘Eéntje, mevrouw de Minister, maar die staat in het luchtvaartmuseum.’
‘Pfoe… dat valt mee, dan.’
Opgelucht valt ze weer neer in de comfortabele pluchen zetel.
‘Maak een notitie en geef dat door aan de pers,’ beveelt ze de adjudant.
‘Al onze F16’s worden door de Luchtmacht voortdurend gecontroleerd,
het probleem is al jaren bij ons bekend.’
De adjudant verlaat met de notitie het vertrek om het ANP te bellen.

De Minister zit breeduit in haar pluchen zetel.
‘Weer een reden om de JSF te nemen,’ mompelt ze tevreden.
 
 

Simmerwille

 

 

Het was een goede gedachte van het bestuur van Ons Belang om als z.g.n. zomerfeest een
kaatswedstrijd te organiseren onder de naam Simmerwille.
Gelijk wij allen weten steekt de PC in Franeker ons allemaal de kroon van het hoofd,
maar ons bestuur laat zich daar niet van de kop gek maken, dat zodoende.
De grote parturen waren allemaal al bezet met wedstrijden zodat het bestuur besloot
tot zgn. vrije parturen. Onze betoefte voetballers van Bokwerd Vooruit kunnen ook wel
een balletje voor best opslaan, dus daar hadden we al gauw een paar parturen van.
Toen wilden een stel bluisterige jongelui uit de Hoofdplaats zich ook aanmelden maar
daar stak onze voorzitter Doeke Vaartjes een stokje voor.
‘Eigen volk eerst,’ zeide hij. Zijn zoon Piter speelt in het korfbal en die gaf nog drie
parturen op, zodat het spul vol was.
Een paar karmeesters waren snel gevonden, waaronder uw scribent die vroeger menig
krans op de deur kon hangen en is al eens tot koning uitgeroepen.
Het spul ging los op een landje van boer Molkema die er veel wille van had.
Er werd gekaatst als de beste, de eerste omloop was zomaar over.
De bordjes aan de telegraaf werden verhangen voor de tweede omloop en ook dat vloog
voorbij. Er bleven twee parturen over, Piter Vaartjes met zijn maten van de korfbal
en Jelle Schopper van de voetbal.
Piters partuur kwam eerst in het perk en Jelle zelf sloeg voor best op maar buiten.
De tweede was een zuivere zitbal maar Piter sloeg de derde boven.
Toen sloeg Piter een dikke kaats en de toeschouwers sidderden van spanning.
De voorminst opslager kon er niet veel van, de achterinse kwam met de nap eronder en
sloeg dik boven. Na nog een misser van de opslager hing het spul onder applaus
bovenaan, dik verdiend vanzelf.
Gelukkig hebben we hier in Bokwerd niet van die onverstanden als die in Franeker waar
ze spiernakend het perk over lopen, een z.g.n. strieker. Als dat hier zou gebeuren
zei politie Baas dan zal hij nog van de bok dromen want ik zou daar met de wapenstok
gauw mee afweven.

streaker

 

Het partuur van Jelle Schopper was het onderspit, ze konden het klasse kaatsen van Piter’s partuur niet weerstaan en moesten belies geven. Voor men het wist was het zomaar zes om twee en kon de koning gekozen worden en dat werd Piter Vaartjes natuurlijk die bekroond werd met een krans en een mooie beker en een waardebon van slager Hamsma.

kaatsen

 
Na afloop ging het bestuur vanzelfs even bij Sierd Slokje langs om wat te drinken.
De karmeesters kregen een gratis ronde wat wel in de smaak viel.
Kaatsen maakt dorstig dus Sierd had het er maar druk mee en schenk nog eens in.
Het was al diepduister toen wij naar huis stroffelden op de brug bij de sluis.
Dat kwam niet door de drank maar door het slechte wegdek en de losse plank
in de brug zeide Doeke Vaartjes die zich aan de brugleuning moest vasthouden.
Al met al was het een geslaagd evenement waar ze in de Hoofdplaats alleen
maar van kunnen dromen.
 

Weekblad Bokwerder Belang

 

Donderslag bij heldere hemel

 

Bedenker van het onweer heeft spijt van zijn uitvinding.

Uw verslaggever had een exlusief interview voor ons blog.

‘In het begin was het nog functioneel,’ zo verklaarde de oude baas aan uw verslaggever,
‘bijvoorbeeld zo’n Mozes die met drie stenen tafelen de berg niet af wilde, even kietelen
met een bliksempje, dat werkte goed.’
Bedachtzaam streek HIJ door zijn baard.
‘Hoewel, liet-ie van schrik één tafel in gruzelementen vallen, de sukkel, en daardoor
hebben jullie nu maar tien geboden.’
HIJ schudde langzaam z’n hoofd.
‘Bij de Rode Zee was hij ook al zo’n lamlul, hield-ie z’n staf met de verkeerde kant
naar voren en moest IK de longen uit m’n lijf blazen om het water te splijten.’
Langzaam liep HIJ rood aan.
‘En die keer dat-ie van MIJ met zijn staf op een rots moest slaan, commandeert-ie wáter,
terwijl IK veertig kamelen met elk vier vaten koud bier had klaar staan. Kijk, water in
wijn veranderen kan een kind, maar bier in water, weet je wat je daarvoor moet doen?’
Uw verslaggever dook ineen onder de flitsende bliksems en knetterende donderslagen
die boven zijn hoofd losbarstten.
‘Kijk, dat bedoel ik nou,’ zei de HEEREHEERE, ‘elke keer als IK me opwind gebeurt er
weer zoiets.’
‘Soms heb je een gelukje, worden er drie of vier koeien getroffen zodat IK met de engelen
lekker kan barbecuen, maar als daar een mens tussen zit gaat het feest mooi niet door.’
De man streek zijn witte baard weer op orde.
‘Nee,’ sprak hij bedroefd, ‘IK had iets anders moeten uitvinden. Die vierde dag was
IK niet op mijn best. Misschien was een goede batterij beter geweest, hoeven de mensen
niet elke dag hun tablet of telefoon op te laden. Of hun elektrische fiets of auto niet
na zeven maal zeven kilometers weer op het stopcontact aan te sluiten.’
Hij zweeg even.
‘Had ik Bell en die Edison maar onder mijn hoede gehad, dan was het nog wel goedgekomen.’
Uw verslaggever vroeg bedeesd: ‘Wist U daar niets vanaf, U bent toch almachtig?’
De HEEREHEERE keek vertoornd op.
‘Die verdomde Lucifer was me voor!’ bulderde hij.
Het Flitste en Knetterde alsof de Laatste Dag aanbrak.
‘Riep U mij?’ klonk een stem achter uit de grote zaal, het knisperde van hitte en vlammen.
De man met de witte baard trok wit weg.
HIJ fluisterde: ‘De computer was zijn idee. En natuurlijk de pop-up.’
Plotseling riep HIJ met Machtige Stem door de zaal: ‘Steve Jobs vraagt naar je!’
Het vuur was opeens verdwenen, een lekker koeltje vulde de zaal.
‘Werkt altijd,’ gniffelde de oude man met de witte baard.
‘Ik verheug me er nu al op wanneer die Bill Gates bij Petrus komt aankloppen…’

Zondagmiddagfietstocht

 
 
Het is vast niet zo warm in de bossen, dacht ik.
Mijn fiets voerde me in no-time m’n bloedhete dorpje door, voorbij het terras
propvol met roodaangelopen dorstige toeristen.
Het bospad naast de theeschenkerij was inderdaad minder warm. In de weldadige
schaduw van de hoge beuken reed ik het pad op. Even verderop was het kennelijk
ook voor zo’n paard of tien ontspannen geweest.
Een berg paardenpoep versperde mij de weg.
Afstappen, door de bosrand klunen en vijf meter verder kon ik weer op mijn
stalen ros klimmen.
Gek eigenlijk, dat mensen die op een paard rijden niet verplicht zijn om
met een poepschep en drollenzak de rotzooi van hun dier op te ruimen.

Het fietspad gaat rechtsaf en leidt mij over de camping naar de bosrand.
Ik moet hier ergens linksaf, dan een meter of vijftig tussen de stacaravans
door en dan rechtsaf het bos weer in.
De stacaravans zijn veranderd in caravans, tenten en zelfs een camper.
Veel mensen die onder parasols en luifels en met drankjes in de hand
hun kleine kinderen niet in de gaten houden die ruziemakend in de zandbak,
op de schommel of op driewielertjes de buurt onveilig maken.
En niks geen kleertjes, luiers of broekjes aan, het lijkt wel een junioren-
nudistencamping.
Gek toch, dat mensen kleine kinderen zonder poepschepje en drollenzak
mogen uitlaten.

Ik ben toch verkeerd gereden, op het eind van het pad staat een toiletgebouw.
Er komt een welgeschapen vrouw uit, ze schikt met één hand haar wilde bos
zomerblond haar terwijl ze met haar andere hand haar jurkje over haar forse
rondingen rechttrekt, terwijl ze een toiletrol met haar elleboog tegen haar
zij in bedwang probeert te houden.
Ik lach tegen haar, zij lacht terug.
Met een flinke zwaai stuur ik mijn fiets rechtsomkeert en aanschouw
de vrouw nu ter achterzijde. Niks mis mee.
Wel loopt er opeens een fors model Wesley naast, ik zie overal tatoeages.
‘Doei,’ zeg ik vals tegen de vrouw, ‘tot de volgende keer!’

Het is stil in het bos.
Het zonlicht, gefilterd door het bladerdak schijnt op het zandpad.
De rijwind verkoelt, het is heerlijk.
Opeens, zonder ook maar te bellen, word ik rakelings met een rotgang
gepasseerd door twee fietsers. Ik wilde net een beledigende kreet slaken
van ‘Hardrijders zijn doodrijders!’ als ik zie dat het twee hoogbejaarde
mensjes zijn.
Op elektrische fietsen, ik zie de batterijen op de bagagedragers.
Zonder de geringste inspanning sjeesden ze uit mijn zicht.
En ik stond toch echt niet stil.
Op mijn tochtje word ik nog vaak ingehaald door hoogbejaarden
op elektrische fietsen. Mijn geluksgevoel is vergald, ik kan er
gewoon niet tegen trappen.
Op de weg terug ga ik niet over de camping.

In het dorp parkeer ik mijn fiets naast de supermarkt.
Stel je voor: op zondag geopend!
Een mirakel mag het heten. Ik snel de heerlijk koele winkel
door en duikel nog een laatste pak raketijsjes op uit de koeling.
Bij de kassa zie ik tot mijn schrik voor mij de vrouw van de
camping, plus haar metgezel staan. Uiterlijk doodkalm
ga ik in de andere rij staan, zodat ze me niet zien.
Ik kies altijd de rij uit die het langzaamste gaat, lekker puh!

Het ijs was heerlijk gesmolten.
 
 

Paal 19

 
 
Een man en een vrouw logeerden in een huisje aan zee.
Er groeiden hondsrozen rondom het terras waar ze
zwijgend in de zon zaten.
Een duif koerde in de boom achter het huis.

Het strand was leeg.
De wolken in de lucht werden voortgejaagd door de harde wind.
De zee smeet haar golven op het zand.
De paal hield stand.
Paal 19, Texel.

Herinnering van drie jaar geleden.
Toen er nog iemand was, om van te houden.
 
 
paal19
 
 
 
 

Oranje maakt verpletterende indruk

 
 
Weet je, Mexicaantje, het is een systéém…
5-3-2-1…
Oh…
Néé, niet 1-2-3-4-5, de doelpaal is zo stijf, dat is heel iets anders…
Wacht…
Je bent niet zo goed in penalty schieten?
Julio?
IMG_3113
 
 
Het bleef nog lang onrustig in Brazilië…
 
 

Rood is de kleur van de arrogantie

 
 
Klijnsma
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Logisch toch, zo’n moestuin?
Of je eet je eigen huis op, kan ook…
 
 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 45 andere volgers

%d bloggers like this: