Toppertje!

 

Morgen is er een EU-top waar onze minister-president ons land vertegenwoordigt ook aanwezig is.
Feitelijk wil niemand in ons parlement dat er meer geld dan afgesproken is, naar de EU gaat.
Het kan wel oplopen tot een extra afdracht van 500 miljoen euri…
De oppositie wilde dat Nederland op de EU-top zijn veto (= keihard nee) uitspreekt over de snode
plannen van Rompie cs.
Vanmiddag zei de minpres als besluit in het debat in de Tweede Kamer over die wensen:
‘Retoriek is allemaal prima, maar we moeten wel reëel blijven.’
 
En daarmee trok hij gewoon een lange neus naar het parlement.
Toppertje, die man!
 
rutteneus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vaas

 

‘Ach, die verhuizing stelt niks voor, echt zware dingen zijn er niet.
Geen koelkast en wasmachine en van de meubels gaat de helft niet mee’.
‘En voor de zware dingen hebben we Kees, toch?’
‘Dan doen we alles zelf.’

Mijn moeder van 85 verhuist van de aanleunwoning naar een appartement
in hetzelfde verzorgingstehuis.

‘We zijn al begonnen,’ krijg ik te horen als ik binnenkom.
‘Moeder is bij een kennis, dan loopt ze ons niet voor de voeten.’
Ik kijk verbaasd rond in de kamer.
Het lijkt wel de zaak ontploft is…
Mijn drie zussen kakelen doorelkaar.
Ik ken ze langer dan vandaag en besluit tot ingrijpen.
‘Koffie!’ brul ik door de kamer.
Ze kijken verrast op.

Onder het genot van een bakkie leg ik uit hoe te verhuizen met de
minste inspanning.
Ze knikken instemmend.
‘Er is één probleempje, Kees komt vanmiddag pas.’
Chaos regeert voorlopig…

Kees is gearriveerd en schudt mijn hand.
Het is een heel… apart gevoel, je hand in een bankschroef.
Vrolijk lachend tilt hij een loeizware fauteuil van massief eikenhout
op het verhuiskarretje, geeft me een dreun op mijn schouder en zegt:
‘Ried’n jong!’
Binnen een half uur staat alles op zijn plaats, behalve één ding.
Die grote, afschuwelijk lelijke aardewerken vaas…
Jaren geleden door moeder met bingo gewonnen, een trots bezit.
Marieke zet het onding op het karretje.
‘Kun je hem niet weggooien?’
Halverwege valt de vaas per ongeluk van het karretje.

Moeder komt binnen, we zijn benieuwd naar haar reactie.
‘Ach, alles staat precies zoals het daar ook was,’ en ze gaat tevreden
in haar stoel zitten.
‘Waar is mijn vaas?’
‘Kapotgevallen,’ roept Marieke, want moeder is doof.
‘O, niet erg hoor, het was een lelijk ding, die mocht allang weg’.

Dit was de laatste verhuizing, gelukkig.
Uiteindelijk zal ze nog één keer verhuizen…

 


 
Geschreven voor Plato’s WE300 woord voor april/mei: Oplossing
Het woord mag niet in het verhaal voorkomen en het verhaal moet 300 woorden tellen.
Zelf meedoen? Of meer 300 woordverhalen lezen?
Klikkerdeklik hier

 

Fietstochtje

 

Er kwamen twee nieuwe meisjes in onze klas.
Ze waren tweelingen maar je kon ze makkelijk uit elkaar houden, Engelina
was blond en Aafke donker. Ze roken naar buiten, een heldere, frisse geur
in het krijterige klaslokaal.
Natuurlijk was ik op slag smoorverliefd op Engelina.
Wolter, die naast me zat, ook. Dat stond onze vriendschap niet in de weg,
want ze wilde van niemand iets weten.
Zodat we gezamenlijk in stilte leden.
Ach, wat was ze mooi.
Maar onbereikbaar.
Veertien waren we.
Hunkerend naar liefde.

Ze kwamen niet uit de stad, maar uit een dorpje vlakbij.
‘s Ochtends stonden we te wachten bij de fietsenstalling, zodat we zogenaamd
ongeinteresseerd met ze op konden lopen.
Wolter wilde haar boekentas dragen, maar dat sloeg ze vriendelijk af.
Volgens mij maakte hij toch geen schijn van kans, hij had flaporen van
heb ik jou daar.

Wolter had besloten dat we de meisjes zouden thuisbrengen.
Hij had een tante in het aangrenzend dorp, wij gingen daar een kopje thee drinken.
De meisjes hadden geen bezwaar, dus met het zicht op welgevormde ruggen en
mooie fietskuiten gingen we samen op weg.
Het viel vies tegen.
Het was een verrekt lang eind…

Bij Wolters tante stapten we af en zwaaiden naar de meisjes die verder reden.
Wat was ik blij dat ik stond, ik had toch zadelpijn!
Even uitrusten in het zachte gras leek me wel wat.
Maar Wolter niet.
Die wilde doorgaan, kijken waar ze woonden.
De pijn verbijtend reed ik met hem mee.
Op de lange, rechte weg was niks meer te zien.
We zijn zoekend het dorp doorgefietst maar we konden ze niet vinden.
Doodmoe kwam ik om half zes thuis.

Het is nooit wat geworden, met Engelina.
Maar ik zal haar nooit vergeten, dat mooie haar en lieve gezicht.
En de zadelpijn…

 


Geschreven voor Plato’s WE300 woord voor april: Vieren
Het woord mag niet in het verhaal voorkomen en het verhaal moet 300 woorden tellen.
Zelf meedoen? Of meer 300 woordverhalen lezen?
Klikkerdeklik hier

Plezier of ergernis?

Uit: De Froombosscher Klap, wekelijks nieuwsblad voor Noord-Froombosch eo.

Van onze correspondent.

‘Plezierjacht is een barbaarse hobby die een laatste stuiptrekking beleeft’

stond deze ochtend in een landelijke krant.
Wij spraken met de voorzitter van de PVV (Plezierjacht Voor Velen), onze lokale maar edoch florerende watersportvereniging, de heer B. Uiswater over dit bericht.

‘Wat vindt u van deze berichten, meneer Uiswater?’ vragen we.
‘Het is verschrikkelijk,’ zucht de heer Uiswater, ‘zeg maar Barend’.
‘Onschuldige burgers, die plezier beleven aan hun jacht worden hier als barbaren weggezet. Als u eens wilt
kijken wat onze tegenstanders op hun geweten hebben.’
Hij snift een traan weg en schuift een foto over tafel.

bootje05

‘Is het niet erg, het is schandalig! Als een wild beest afgemaakt!’
En weer krijgen we een hartverscheurend tafereel onder ogen.

bootje02

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

‘Er zijn zelfs tegenstanders van drijfjachten, dat kán toch niet? Stel je voor, alle jachthavens vol met.. deze…’
Zijn stem breekt.

bootje08

Hij snuit luidruchtig zijn neus.
‘Kijk, ik kan me voorstellen dat je het niet eens bent met de écht grote knallers. Zo’n oliemultimiljardair die
dan met zoiets komt? En zijn vriendjes gaan natuurlijk mee aan boord.’

bootje03

‘Wij zullen zo een aanvraag voor lidmaatschap absoluut afwijzen. Plezierjacht op deze manier mag van mij
direct verboden worden. Maar vergeet niet, het brengt wel geld in het laadje. Ze worden vaak in Nederland
afgebouwd, dan komen er gouden kranen in en diamanten wc-zittingen enzo. En dat levert die Rutte best wat
op, hoor.’
Hij wordt onderbroken door de telefoon. Na het telefoongesprek verontschuldigt hij zich.
‘Ik moet dringend naar de Commissaris,’ zegt hij breed lachend. ‘Er is een aanvraag voor lidmaatschap
binnengekomen van iemand van hoge positie. Een zeer hoge positie, mag ik wel zeggen.’
Hij kijkt tersluiks om zich heen.
‘Hij is,’ zegt hij met gedempte stem, ‘een zeg maar koninklijke liefhebber van plezierjacht! Ssht!
U heeft het niet van mij!’

Waarvan akte.

Opvolger

 
 
‘Hoeveel zijn er tegenwoordig?’ vroeg ons Liefheerken.
Ons Vader op de wolkentroon streek door zijn witte baard.
‘Wel 115, het zijn het allemaal diknekken, op een paar goeien na,’ zei hij,
‘ge moet er maar snel iets aan doen!’
Liefheerken vatte zijn mantel en dook subiet door de wolken.

In een groot paleis, achter een kamerscherm kwam hij tevoorschijn.
Hij blikte in de zaal, waar zijn vader aan ‘t plafond naar hem knipoogde.
Een grote rode massa krioelde rond.
‘Nondeju,’ zei hij zachtjes, ‘ge wordt bijna kleurenblind ervan!’
Zijn Vader had gelijk, hij telde maar vier die deugden.
De roodjurken schreven namen op witte papierkes, die werden opgehaald en
de opperjurk zette achter elke naam een streepke.
Wie ‘t meeste streepkes kreeg, had gewonnen.
Er was al vier keer gestreept, maar geen had genoeg streepkes.
Ons Liefheerken bedacht snel een plan.
‘Ik zal die rooimennekes wel eens leren, zulle!’
Alle roodjurken schreven weer een naam op een papierke.
Ons Liefheerken trok snel de papierkesophaler achter ‘t scherm.
‘Sst,’ deed Liefheerken, ‘niks zeggen, stil!’
De man bevroor.

Ons Liefheerken haalde in de zaal de papierkes op.
Onderweg deed hij een mirakel: elke naam op ‘t papierke veranderde
in degene die hij geerne had.
De streepkeszetter had 115 streepkes gezet.
Hij riep luid: ‘Bergoglio, ge zijt gekozen jong!’

Seffens later stond ons Liefheerken achter het scherm te loeren.
Net kwam Bergoglio voorbij of hij greep ‘m.
‘Madre Dios,’ steunde die toen hij Liefheerken herkende.
‘Nee, ik ben de zoon,’ zei Liefheerken die geen verwarring wilde.
‘Zeg, hebt ge al een naam bedacht?’ vroeg hij.
‘N..nn..nee lll…llief…H..’ was alles wat de braveziel eruit kreeg.
Ons Liefheerken keek hem aan.
‘Sint Franciscus was ‘ne goei,’ zei hij.
Het kardinaalske knikte.
‘Doe die maar, jong. En succes hè!’
Ons Liefheerken vatte zijn mantel en was weg.
 
 


 
Geschreven voor Plato’s WE300 woord voor maart: Stamelen
Het woord mag niet in het verhaal voorkomen en het verhaal moet 300 woorden tellen.
Zelf meedoen? Of meer 300 woordverhalen lezen?
Klikkerdeklik hier
 


De ballen van de Paus

 
‘Habemus papam’ hoorde je gisteren op het St. Pietersplein in Rome.

Ik heb absoluut geen kennis van het Latijn (dode taal, moeilijk) maar
natuurlijk kent bijna iedereen wel Latijnse woorden of zinnetjes die
zeg maar gangbaar zijn.
Net zoals dat hierboven.

En dan hoor je later dat de nieuwe Papa zo’n eenvoudige man is.
Woonde in een klein appartement, kookte zijn eigen potje,
had geen auto maar ging met de metro, tjonge tjonge… en dat
voor een kardinaal!
Ik kan me er weinig bij voorstellen.
Zelf woon ik ook in een klein appartement. Omdat er hier geen
metro is of een andere bevredigende vorm van openbaar vervoer,
heb ik wel een auto.
En ik kook mijn eigen potje, zoals ook vandaag.
Tja, wat éét een Papa eigenlijk?
Zou hij vaak pasta eten? Per slot van rekening heeft hij Italiaanse ouders.
Hij komt uit Argentinië, misschien is hij wel vleesliefhebber.
Argentijnse biefstuk! Als je dat nog vertrouwen kunt…
Misschien is die biefstuk vandaag de dag wel lama[*], paard of berggeit.

Maar goed, mijn eten van vandaag.
Er dwarrelde buiten iets wits rond de schoorsteen.
En binnen:
Habemus ballen!

ballen02
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Maar goed, laten we het niet over deze ballen hebben, maar over die van de Papa,
zoals de kop al zegt, daarom lees je dit artikel toch?
Het schijnt dat als je Paus wil worden, je zaakje goed gezond moet zijn.
Dat je er als geestelijke niks mee mag is een tweede.

Vroegâh hadden ze bedacht dat een nieuwe Paus eerst gekeurd moest worden op dit
belangrijke onderdeel. De goede man moest op een speciale, hoefijzervormige stoel
plaatsnemen, en de aanwezige clerus[**] kon dan de controle uitvoeren.
Echt waar.
En dan kwam de controleur vertellen:

‘Testiculos habet et bene pendentes’.

Oftewel:
Hij heeft ballen en ze hangen goed.

Was daarom dat rode gordijn zo lang dicht, daar achter het balkon van de St. Pieter?
Zie je ‘t voor je?
Rare jongens, die Roomschen[***]…
Ik ga lekker eten.
Rode kool, aardappelen, lekkere jus en de balluh!
 
 
 


[*] Mag dat alsjeblieft? En dan vooral die Ruben van der Meer? Please?

[**] Het schijnt ingesteld te zijn nadat er een vrouwelijke Papa was geweest.
La Mama, denk ik dan? Ze heette Johanna, ergens in de negende eeuw ofzo.

[***] Ik mag van mijn oude meester katholieken alleen betitelen als
Roomschen. Want katholiek betekent ‘algemeen’. En dat was eigenlijk alles,
vond hij.