Misbuik!

 
 
De Volkskrant weet vanmiddag te melden dat het politiek gekrakeel van de laatste dagen
toch ernstige gevolgen voor de mensen kan hebben.
 
misbuik
 
‘Ja meneer Samsom, u krijgt het ook, hoe u ook draait.’
‘En Halbe eh eh eh, bij jou gaat het anders. Als je hard genoeg liegt gaat het vanzelf weg.’
 
Iedereen zal er mee te maken krijgen: mannen, vrouwen, kinderen en zelfs politici.
Misbuik wordt nog niet gedekt door uw ziektekostenverzekering, welke polis u ook hebt.
Bronnen rondom minister Edith (‘Nee, ik dreig niet met opstelten opstappen’)
melden plannen van de minister om Misbuik alsnog in het basispakket op te nemen.
Dat is misschien een lichtpuntje in deze donkere dagen rondom Kerst.
 
 

Es ist ein Ros entsprungen

 
 
Gisteravond was ik in een sfeervol kerkje uit 1790 te Winsum-Obergum (Gr.).
 
Obergum
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nee, gelukkig (nog) niet beschadigd door een aardbeving…
Er werd een concert gegeven met als titel ‘Klein kerstfeest met kaarslicht’
Sytze Buwalda en Marjon Strijk zongen de sterren aan de hemel, daarbij voortreffelijk begeleid door Vaughan Schlepp op pianoforte.
 
Sytse
Sytze Buwalda, counter-tenor met een weldadige stem.
Wereldberoemd in Nederland door vooral zijn Mattheus-uitvoeringen, maar bovenal een warm mens, waarvan het plezier van het zingen afstraalt.
 
 
 
 
 
Marjon

Marjon Strijk, sopraan, waarvan ik me afvraag waarom ze niet bekender is.
Een prachtige stem, geen grote opera-sopraan met dat vaak irritant zware vibrato, maar een strakke, zuivere stem met een licht vibrato waar nodig.
Deze twee stemmen samen… een genot om naar te luisteren.
 
 
 
 
 
Vaughan_Schlepp
 
 
De begeleiding was door Vaughan Schleppe op pianoforte, één van de voorgangers van de moderne vleugel.
Eigenlijk is het geen wonder dat zoiets goed klinkt,
Mozart heeft er zijn mooiste stukken voor gecomponeerd!
 
 
 
 
Het was een muzikale reis met Kerstliederen uit de hele wereld.
Een mooie selectie, van sereen ingetogen tot uitbundig Zuid-Amerikaans ritme.
Ik heb er van genoten.

Er zijn nog kansen om het mee te maken!
Kijk hiervoor op de concertagenda van Sytse Buwalda
of de concertagenda van Marjon Strijk

Sytse zingt ook de Messiah, hieronder een opname:

 
 

Stand der Zaken

 

Longread (lang lezen)

De Zaken hopen zich op als een berg schuim op een afwasbak met te veel Dreft er in.
Waarom nog bloggen, is de grote vraag.

Het blog als uitlaatklep voor ergernissen van het dagelijkse leven heeft geen zin.
De ergernissen verdwijnen niet, groeien alleen.
Zelfs het verpakken van de misselijkmakende gebeurtenissen in de politiek in een
parabel of verhullende vertelling geeft geen voldoening.
Ik trek me terug.

Ik wil niet langer gekwetst worden door een overheid die alle moreel uit het
woordenboek heeft geschrapt. Of door raasdonders die zich voordoen als leiders
van een politieke partij die het beste voorheeft met de burgers die zij zou moeten
dienen maar alleen aan eigenbelang denkt.
Vanaf de zijkant van het gebeuren lijkt het erop dat teveel mensen op een kluitje
zitten, een soort rattenkoning in het kwadraat. Ze draaien in het rond en bijten
de staart van hun buurman eraf, niet in de gaten hebbend dat het hun eigen
staart is. Bekijk het maar, denk ik dan.
Red je je er maar mee.

Schrijven over alledaags lief en leed dan?
Binnen tien seconden overvalt dat alledaags leed je. Geen huishoudelijke hulp
meer volgend jaar. Premies voor verzekeringen voor je gezondheid gaan alleen
maar omhoog en je krijgt er minder voor terug.
Een naheffing van de belastingdienst die je (als je dat nog niet hebt) grijze
haren bezorgt. Verlaging van de AOW. Mogelijk verlaging van je pensioen waar je
zo’n veertig jaar dik voor hebt betaald.
Geen geldautomaat meer in je dorp. Alleen nog een supermarkt zonder concurrentie.
Valse kruidenier.
Scholen die verdwijnen of fors inkrimpen.

Maar, zo legde vanmiddag de kroegbaas uit: ‘Er wonen hier geen Marokkanen.
We hebben geen asielzoekerscentrum. Je struikelt hier niet over junks die in
het portiek voor je huisdeur liggen te slapen. ‘s Winters is die jengelbulgaar
voor de ingang van de enige supermarkt terug naar Bulgarije.
We hebben in deze periode ook geen toeristen die ‘s avonds de sluis volpissen.
Je hoeft in de snackbar niet zo lang te wachten als in de zomer.
En ik hoef het terras niet te bedienen, ik sluit de boel om zes uur en kan
lekker vroeg naar bed en uitslapen.’
‘Verdien je dan nog wel iets?’ vraag ik een beetje overdonderd.
‘Zolang sukkels als jullie zich hier overdag vol laten lopen kan het wel uit,’
zegt hij grijnzend. Er wordt instemmend geknikt om de stamtafel.
‘De kôfje is hier better as by de frou thús,’ zegt Japke.
‘En de kachel hoecht thús dan ek net so hoech, as wy hjier petearre,’ voegt
Durk ernstig toe. ‘Dei twa beerenburgjes kinnen dan grif út.’
Tja, drank maakt minder scherp, verzacht de ruwe randjes een beetje.
Stelletje gierige minkukels, denk ik hoofdschuddend.
Toch een beetje minder grammietig reken ik twee koffie af.

Op de weg naar huis schop ik naar het k*thondje van de achterburen dat altijd
los loopt en overal in de straat schijt en zeikt. Mis.
Alle bladeren, waarvoor ik hoopvol een bladblazer heb aangeschaft, zijn
deze week door de plantsoenendienst opgeruimd. Ik kan moeilijk lopen
blazen op een leeg grasveld. De hufters.
De voordeur van het appartementencomplex valt met een knallende dreun achter
me in het slot. De woningbouwvereniging heeft de deur voorzien van een nieuwe
deurdranger. Deze heeft een infarood oogje dat ziet of er iemand vlak voor de
deur staat, zodat-ie dan niet opengaat. Handig, voor degene die dat niet weet.
Maar de afstelling is niet goed, de buren die naast de ingang wonen zitten
‘s nachts van schrik door de klap van de sluitende deur rechtop in bed als
iemand het complex verlaat. Elk voordeel heb z’n nadeel.
We hebben ook nieuwe verlichting in het portaal.
Gevraagd om rondhangend gespuis op het bankje voor de ingang in het
licht te zetten. Monteren ze de lamp achterstevoren zodat als je de deur
uitgaat verblind wordt. Op het bankje hang je nog steeds in het pikkedonker.
Ja, dat zijn leuke dingen voor de mensen.
Laat ik daar dan maar over schrijven.

Sjips, nou sneeuwt het ook nog.

Verbazing en verwarring

 
 
Miraculeuze ontdekkingen, diepgravend wetenschappelijk onderzoek, taalfalen,
noem maar op. Een kleine bloemlezing uit on-line dagbladen, nieuws-sites etcetera.

brandgasten
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ik hoop echt voor ze dat ze vóór die brand geëvacueerd zijn…


 

bloedgroep
geheugenvoltage

Nou mensen, dan staat mij nog wat te wachten…


 

darmgriep
vaginaalmedicijn

Dank je wel zeg, ik heb nét de griepprik gehad!


 
De Volkskrant heeft geen idee. Noch van taal, of goede smaak.
taalfoutje
waterfris
 
Maar het AD meldde heel iets anders…
 
fris-waterad
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


 
O ja, de goede smaak bij de Volkskrant…

vaderenzoon
 


 
Ik wens u allen een goed weekend!

De man en zijn tolk

 
 
Er woonde een oude man in een groot huis met veel kamers. De kamers hadden
een heel hoog plafond, als je omhoog keek kon je bijna de wolken zien.
De man had veel aanloop.
De bel van de deur rinkelde om de haverklap om een nieuwe bezoeker te melden.
Dan was die het tuinhek al door, daar stond de butler van de oude man die de
meeste mensen die naar binnen wilden wegstuurde.
De oude man deed zelf de deur maar open, zijn butler had het al druk genoeg.
Er stond een man op de stoep die dolgraag een kamer wilde.
Nee, niet tijdelijk huren ofzo, maar gewoon voor altijd.
Hij was belangrijk, vertelde hij.
‘Ik ben belangrijk, echt waar.’
Hij was volksvertegenwoordiger vertelde hij verder.
‘Ik ben volksvertegenwoordiger.’
De oude man liet de bezoeker in de hal in een bepaalde stoel plaatsnemen om
hem wat vragen te stellen.
‘Heb je het volk goed vertegenwoordigd?’ vroeg de oude man die tersluiks door
zijn lange witte baard streek.
‘Ja, ja natuurlijk,’ zei de man, een beetje zenuwachtig want hij was niet gewend
dat mensen zich niks aantrokken van zijn belangrijkheid.
‘Heb je mensen die in nood bij je aanklopten, een bed, onderkomen en brood
aangeboden?’ vroeg de oude man vervolgens.
De man die in de bepaalde stoel in de hal van het huis met de hoge plafonds
zat, schuifelde wat heen en weer.
‘Ja, ja zeker, dat liet ik een staatssecretaris altijd doen, echt waar.’
De man in de stoel werd een beetje rood.
‘Die moest zich natuurlijk wel aan de regels en de wet houden, die zijn er niet
voor niets, als we daar van afwijken is het hek van de dam natuurlijk.’
De oude man met de witte baard keek de man in de stoel strak aan.
‘Ben je altijd eerlijk geweest? Beloftes altijd nagekomen?’ vroeg hij een beetje
dreigend.
De man in de stoel keek naar het perzische tapijt op het parket voor zich.
‘Euh ja, als de omstandigheden dat toelieten. Natuurlijk moest ik vaak
het beleid bijstellen, mijn partij had het zwaar met die link-‘
Hij stopte abrupt en kuchte.
‘Ja, die duizend euro, dat was verkiezingstijd natuurlijk, dat wist toch
zeker iedereen?’
De man met de witte baard fronste zijn eveneens witte wenkbrauwen.
‘Ben je genadig geweest? Heb jij mensen geholpen die jou hielpen? Mensen die
in de oorlog jouw leger hebben geholpen, bijvoorbeeld?’
De man in de stoel leek door de grond te willen zakken.
‘Maar het was geen oorlog in Afghanistan, we hebben politiemensen getraind,
ja die spraken natuurlijk geen Nederlands, er waren tolken nodig. Maar het
was geen oorlog. Politionele actie als het ware,’ zei hij met een klein stemmetje.
Hij keek hoopvol naar de man met de witte baard.
Die schudde zwijgend zijn hoofd en haalde een hendel over die uit de wand stak.
De man in de stoel zakte door de grond.
Vlammen sloegen uit het geopende luik en je kon hem horen gillen, onderweg naar
de bodem van het sousterrain die zo ver en diep leek dat je tot heel in de verte
alleen maar de vurige vlammen zag.
 
 

Een fout verleden

 
 
Na de verherschreven Sinterklaasliedjes en de Kerstliedjes voor de kids van tegeswoordigs
moeten alle andere Nederlandse liedjes natuurlijk ook verhergeschreven worden.
Qua tekst dan. En soms ook de melodie als het even kan.
Maar vlak foute teksten van cabaretiers ook niet uit! Of zijn het teksten van foute
cabaretiers?

Hieronder enkele voorbeelden:

Hij was maar een neger

 
 
Een zwarte zigeuner

 
 
Een Arabier met een postkoets

 
 
Familieband

 
 
Witwassers

 
 
Wapperende vingers en nog meer

 
 
Seks en drank in de Jordaan

 
 
God is niet dood

 
 
Geen neger

 
 
Op één been

 
 
Met een krul in de pijp

 
 
 

Kerstliedje voor de kids van tegeswoordigs

 
 
jezus_kribbe
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Nu alle Sinterklaasliedjes zijn herschreven, komen de Kerstliedjes aan de beurt.
Alle niet-welgevallige woorden en zinnen kunnen dan vervangen worden door
de huidige politiek-correcte versies.
Maar voordat ik daarmee start, wil ik eerst beginnen met de uitleg van zo’n
liedje, want de kids van tegeswoordigs snappen natuurlijk niks van die ouwe meuk.
Let op, vingers aan de knoppen, het liedje heet ‘Kindeke klein':

Hoe leit dit kindeke hier in de kou
leit = waarschijnlijk een drukfout, het zal ‘legt’ moeten zijn
kindeke = het is geen dekentje tot aan de kin opgetrokken, maar
een heel oud woord voor een kid. Zoiets als ‘rotjong!’ of ‘bitch!’

Ziet eens hoe alle zijn ledekens beven
ledekens = zijn geen dekens, maar de uitsteeksels waarmee je een eiPad
vasthoudt of waarmee je je zusje of broertje een schop geeft.
Armen en benen, snap je. En ze bibberen dus.

Ziet eens hoe dat het weent en krijt van rouw
weent = een heel oud woord voor janken. Dat is wat je doet als je broertje
of zusje je hard geschopt heeft.
krijt = geen stoepkrijt hoor, het is weer een oud woord. Het betekent eigenlijk
schreeuwen of gillen, wat je doet als je broertje of zusje je aan je haar trekt.
rouw = dat is er als er iemand doodgegaan is. Nee, niet als er een lichtgetinte
man met Noordafrikaans uiterlijk doodgeschoten bij je op de stoep ligt, maar
als je lieve tante waarvan je álles mag, dood is. Dan ga je rouwen, dus iets
van ‘ik krijg nooit meer stiekem snoep of geld van d’r, boehoe’.
Dus dat kind ligt bibberend van de kou te gillen omdat het niks meer krijgt
van z’n dooie tante.

Na, na, na, na, na, na, Kindeke teer
5 keer na = Als een liedjesschrijver (je weet wel, zo’n figuur in de sjurie
van Eidols of Ex-Fektor of Ze Voise of Hollend) niks meer weet, beginnen ze altijd
met na na na. Dat na na na zit in wel duizend liedjes. Ook in deze dus.
Kindeke = dezelfde van de eerste regel.
teer = niet van dat zwarte goedje waar ze de weg van gemaakt hebben, of dat
spul wat ook in sigaretten zit en waarvan je ouwelui zo hoesten en rochelen.
Ze roken toch wel? Het betekent hier zoiets als breekbaar, gauw kapot.
Als je het op de grond laat vallen gaat het kapot, net als je eiPad.

Ei, zwijg toch stil, sus, sus
Ei = ei. Als je dat geeft wordt het Kindeke stil.
Sus = Of je geeft hem een Suske en Wiske, dat werkt ook.

En krijt niet meer.
krijt = nee, het Kindeke zit niet te stoepkrijten, het gilt van ellende.
Net zoals jij als je broertje of zusje je eiPad afpakt. Kappen dus!

Tweede couplet.

Sa, ras, dan Herderkens, komt naar de stal:
Speelt op uw vedelkens voor dit teer lammeke:
Speelt er dan zachtje tot het slapen zal!
Na, na, na, na, na, na Kindeke teer,
Ei, zwijg toch stil, sus, sus!
En krijt niet meer.

Ik zou zeggen, probeer dat zelf maar eens. Ik geef het op, hoe leg
je een kid van tegeswoordigs uit wat een schaap is, en waarom er geen
velden maar wel wegen zijn, wat Herderkens betekent (mijn neefje las
eerst Heineken, dat kent-ie wel), wat ze daar doen en waarom.
Dan nog vedelken. En een lammeke.
Succes ermee!
 
 

Verhernieuwen

 
 
Het leven neemt soms vreemde wendingen.
Ooit was ik de populairste oom van de familie.
Als jongste van mijn broer en zussen was het leeftijdsverschil tussen hun kinderen,
mijn neven en nichten, en mijzelf niet erg groot.
In de vakanties logeerde ik meestal bij mijn oudste zus, en die kreeg vier kinderen.
Spelen, ravotten, gekheid maken, en ik moest ook wel eens een luier verwisselen.
Ik leerde ze ondeugende dingen, vertelde ‘s avonds spookverhalen als ze met fris
gewassen snoetjes in hun bedden lagen, op zolder.
Maakte bloedstollende geluiden zodat ze bibberend onder hun dekens kropen…
Maar als het verhaal uit was: ‘Méér! Nog ééntje!’

Als we naar het zwembad fietsten had ik de jongste van twee, vóór mij in
een kinderzitje aan het stuur. Leerde ik hem onderweg vieze woorden, zodat
in het zwembad iedereen omrolde van het lachen, mijn zus incluis.

Maar ook de neefjes en het nichtje trouwden, kregen kinderen.
En zoals het vaak gaat in het leven, zag ik ze bijna niet meer.

Tot Lotte, mijn achternichtje van amper drie, kanker kreeg.
Op de begrafenis werd het witte kistje door haar vader, zijn broers en een zwager
de kerk uitgedragen.
Ik had haar oudere broertje Ruben van vier aan de hand, toen we naar het graf liepen.
‘Wat voor auto heb jij?’ wilde hij weten.
‘Toyota,’ fluisterde ik.
Hij knikte. ‘Tayoto,’ zei hij, ‘da’s een goeie.’

Het afgelopen weekend was mijn zus jarig. Het werd groots gevierd, in een zaaltje,
en haar kinderen en alle kleinkinderen waren er.
Vanaf het zonnige parkeerterrein liep ik het gebouw binnen, er kwam een jonge reus
van twee meter naar buiten gelopen.
Hij keek me aan, er was wederzijds iets bekends. Een brede lach spleet zijn gezicht
in tweeën en hij brulde: ‘Rij je nog steeds in die Tayoto?!’
 
 


Geschreven in dierbare herinnering voor Plato’s WE300 van september: Renoveren
Het woord mag niet in het verhaal voorkomen en het verhaal moet 300 woorden tellen.
Zelf meedoen? Of meer 300 woordverhalen lezen?
Klikkerdeklik hier.


 
 

De nieuwe mobilitijd

 
 
Vanmorgen kwam ik mijn buurman tegen.
Hij liep te stralen van blijdschap.
‘Kijk eens!’ riep hij, ‘het nieuwste van het nieuwste!’
Hij hield zijn linkerarm omhoog.
Aan zijn rechterarm bungelde een glanzend zwart koffertje.
Ik keek waarschijnlijk een beetje schaapachtig.
‘Mijn smartwatschj, kerel!’
‘O?’
‘Kijk dan!’

Buurman is meestal een kalme, rustige man. Wel met een voorliefde
voor technische gadgets en gimmicks. Hij kent er geen andere woorden
voor, maar om een idee te geven:
Hij heeft een robotstofzuiger. Voor een woonkamer van nog geen
20 vierkante meter.
Een afwasmachine voor wel 30 borden, pochte hij. Hij is single.
Drie verschillende koffiemachines. Meestal drinkt hij thee.
Een bladblazer voor verdwaalde afgevallen blaadjes van een boom die
aan de achterkant van ons gebouw staat.
Een audio-installatie waarmee je gerust de boemende bassen van
de botsautootjes op de kermis kunt overstemmen. Hij heeft het geval
op heel zacht staan, want het is een klein beetje gehorig in ons gebouw.
Hij heeft een laptop, een tablet en een vaste pc.
Met natuurlijk draadloos internet, ‘leuk joh!’
Hij kijkt televisie op zijn tablet. Hij heeft een loeier van een platte tv,
’48 inch!’ juichte hij, maar tv op zijn tablet vindt-ie leuker.
Nou ja, u begrijpt het wel.
Een techneut en knopjesman.

Op zijn pols zat een lomp vierkant kastje.
‘Een Samsung Gear Live,’ kraaide hij. ‘Gaaf jongen!’
Ik vroeg hoe laat het was.
Hij klemde het koffertje onder zijn arm om zijn rechterhand vrij te maken.
‘Hij staat nu op de hartslagmeter, wacht…’
Hij tikte op en veegde over het schermje.
‘Euh… wacht, zo…’
Het duurde even.
‘Ha! Tien uur twintig… o nee, dat is in Londen… wacht…’
‘Ja, dit is het!’ en triomfantelijk duwde hij het kastje onder mijn neus.
‘Ja, ik zie het. Heb je een nieuw koffertje?’
Zijn triomfantelijk brede lach verdween als sneeuw voor de zon.
‘Euh… ja, nee…’ stamelde hij, ‘dat is voor de batterijen.’
 
 

Een man die Ove heet

 
 
Ik lees wat af.
Veel boeken kunnen me niet écht boeien.
Vaak is het verhaal dat verteld wordt onwaarschijnlijk, of zijn de personages erin
onbegrijpelijk gecompliceerd of zo ééndimensionaal dat ik het boek zuchtend
halverwege terzijde leg.
Het laatste gevoel kreeg ik nadat ik begon te lezen in ‘Een man die Ove heet’.
Maar toch was ik wel nieuwsgierig geworden, na het eerste hoofdstuk.
En toen… werd ik meegesleept in het verhaal dat zich ontvouwde.

Een 59-jarige man die Ove heet is een mopperende control freak en dat maakt
hem niet geliefd. Zijn wereld is zwart-wit.
De enige die er kleur in bracht was zijn vrouw, en die is er niet meer.
Als Ove dan ook nog zijn werk kwijtraakt heeft hij geen reden meer om te blijven
leven en op zijn eigen methodische manier bereidt hij het einde ervan voor.
Maar hij wordt dwarsgezeten door onhandige buren, een man die op de spoorrails
valt en een rommelige zwerfkat.
De maatschappij snapt Ove niet, en Ove de maatschappij niet.

Na het eerste hoofdstuk kun je het nauwelijks voorstellen, maar al gauw
ga je van Ove houden.
Er zijn weinig boeken waar ik het ene moment in een lach schiet en het andere
moment met een brok in de keel zit.
En vol met schitterende zinnen, die het verdienen ingelijst te worden.

Het verhaal vertelt ‘tongue in cheek’ het leven van Ove met zijn ups en downs.
Laconiek, zoals Ove zelf lijkt te zijn, maar onderhuids een lofzang op liefde.

Laat je grijpen!

Titel: Een man die Ove heet
Auteur: Fredrik Backman
 
Een man die Ove heet
 
 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 50 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: