De man in het ziekenhuis

 
 
Daar zit je dan, om twaalf uur ‘s nachts in de Spoed Eisende Hulp van het ziekenhuis.
Beetje dizzy, wazig zien met je rechteroog, een beetje het gevoel dat je tipsy bent terwijl je niet eens drinkt.
‘Ik denk dat je een TIA hebt gehad,’ zegt mijn zoon. Hij is arts, internist in een ander ziekenhuis dat dit, en na mijn telefoontje dat ik me niet zo lekker voelde was hij direct gekomen. Na zijn onderzoek bracht hij me hier, hij vertrouwt de zaak niet.

Inmiddels ben ik van alle kanten bekeken, beklopt en in geknepen en er zijn vier buisjes bloed afgenomen. De dienstdoende dokter komt binnen.
‘We nemen u nu op,’ zegt ze, ‘het is niet vertrouwd dat u naar huis gaat. Morgenochtend onderzoeken we u verder. Wat vindt u ervan?’
Dat is balen.
‘Maar ik heb helemaal niks bij me,’ protesteer ik.
‘Wij hebben allemaal dingen voor noodgevallen, hoor, dat komt wel goed.’
Mijn zoon knikt. ‘Ik haal wel wat spullen van je huis op, dat kom ik wel brengen,’ zegt-ie.

Een half uur later lig ik alleen op een kamer in een ziekenhuisbed. Bastiaan steekt zijn hoofd om de hoek en zet een tas met spullen neer. We nemen afscheid en ik ben zo moe dat ik mezelf in slaap voel glijden.

Ik word wakker van gruwelijke kramp in mijn kuiten. Ik kijk in het schrille licht van de lift.
‘Waar gaan we heen?’ wil ik weten. Een stem op de achtergrond zegt dat we naar de CT-scanner gaan.
‘Wat moet ik daar in godsnaam?’
‘U hebt net enenm insult gehdah,’ mummelt de stem van de zuster.
‘Oeaaaw,’ kan ik nog uitbrengen. Wat doe ik hier? Wat zei ze? Ik ben hier alleen maar op bezoek.
‘Zijn we in Assen?’ wil ik vragen maar ik hoor alleen een stem onbestemde klanken voortbrengen.
Het wordt donker.

Een stem roept me. Ik worstel in de donkere golven, wil naar de oppervlakte. Het wordt een beetje licht.
‘Bent u wakker, meneer?’ vraagt de stem. Ik wil wat zeggen, maar ik weet niet hoe. Mijn mond zit vol met troep. Grote droogte daar en mijn tong is een lap van leer.
‘Water!’ roep ik maar ik hoor alleen iemand kreunen.

Er schijnt iemand met een lamp in mijn ogen. Laat me slapen, alsjeblieft.
De pijn in mijn kuiten is weer terug. Ik wil huilen maar mijn ogen willen niet. Er staat een zuster naast mijn bed met een glas water. Ik mag een klein teugje.
‘Waar ben ik?’ vraag ik verbijsterd. Ze heeft donkerblauwe ogen en kijkt me vriendelijk aan.
‘U bent in het ziekenhuis,’ zegt ze.
‘In Assen?’
‘Nee, in Drachten,’ zegt ze en glimlacht waardoor het net lijkt dat de zon gaat schijnen.
‘Wat doe ik hier,’ vraag ik verwonderd, ‘ben ik op bezoek?’
‘U hebt een epileptische aanval gehad, we vonden u op de vloer liggen.’
‘Mijn kuiten doen zo’n pijn, komt dat daarvan?’
Ze knikt en vraagt of ik anders nog pijn heb. ‘Ik voel verder niks,’ zeg ik.
‘Geen hoofdpijn?’ vraagt ze. Ik loop mijn lichaam na. Alles voelt wel oké.
De herinnering aan de opname komt langzaam weer terug. Ik kijk haar aan maar het is net alsof dat niet kan. Ze schokt door mijn gezichtsveld.
‘Ik zie u niet goed,’ zeg ik, ‘u beweegt door mijn beeld.’
Het gaat met vlagen, soms is het gewoon, soms tolt de kamer. Vreemd.
‘Probeert u maar wat te rusten,’ stelt ze voor.
Wat kijkt ze lief met haar donkerblauwe oog.

Onderzoek zus, onderzoek zo. Weer bloed aftappen.
‘U krijgt een Doppleronderzoek,’ zegt de nieuwe zuster. Ze duwt me in de rolstoel naar Radiologie waar mijn hals met gel wordt ingesmeerd. De behandelaarster legt uit dat mijn halsslagaders met geluidsgolven worden gescand om te zien of er ook vernauwingen zijn. Je hersens zouden weleens te weinig zuurstof kunnen krijgen. De luidsprekers van de scanner laten in het ritme van mijn hartslag doffe, bonkende geluiden horen. Eerst links, daarna de rechterkant. Alsof er een babytje in je hals zit te bonken en kloppen.

‘U krijgt een MRI-scan,’ zegt de lelijke verpleegkundige. Of lijkt ze alleen maar lelijk? Nee, ze is het maar daar kan ze ook niks aan doen. Een rossige man gebiedt me te gaan liggen, duwt een koptelefoon over mijn oren en klapt een glazen luikje over mijn hoofd. ‘Stil blijven liggen,’ gebaart hij. Sky-radio knalt door de doppen en het apparaat begint gruwelijk harde klappen en dreunen af te geven. Het lijkt eindeloos te duren, in werkelijkheid verstrijken er twintig minuten, begeleid door de resonanties uit Dante’s hel.
De stilte is weldadig. Rosmans helpt me voorzichtig omhoog en lacht bemoedigend. ‘Zo, u bent klaar,’ constateert hij. ‘Ik zal even bellen, dan wordt u zo weer opgehaald.’
De tijdschriften in de wachtkamer zijn minstens een jaar oud, zie ik. Hopelijk hoef ik niet zo lang te wachten.

Op mijn kamer zoek ik mijn telefoon. Gelukkig lig ik alleen, ik zal mijn zus even sms-en. Ik klap het hoesje open en raak het icoontje van Gmail aan, wat pas de derde keer gelukt. De eerste twee keren had ik het telefoon-icoontje aangeraakt, ik heb niet zulke smalle, tere vingertjes maar er bungelen een paar kolenschopjes aan mijn polsen.
Ik kijk naar het scherm en probeer te snappen wat ik zie. Of wat ik niet zie, beter gezegd. Wat moet ik hiermee? Wat betekent dit? Ik kijk nog eens en dan slaat de paniek toe.
Ik weet dat er een toetsenbord met letters moet zijn waarmee je een tekst kunt schrijven. Maar hoe? Waarmee? Ik draai het toestel om zodat ik de achterkant kan bekijken. Niks wat me bekend voorkomt. De voorkant ook niet, trouwens. O God, ben ik alles kwijt? Kan ik niet meer lezen? Ik zoek de alarmbel boven mijn bed. Zal ik de zuster bellen? Wat moet ik doen?
Het jonge ding dat de kamer opkomt heb ik nog niet eerder gezien. Ze stelt zich voor en hoort me geduldig aan. Mijn paniek is duidelijk, ze probeert me gerust te stellen.
‘Sommige dingen gaan vanzelf weer over, maar dat weet je eigenlijk nooit van tevoren. Het is een kwestie van afwachten, soms gewoon een goede nachtrust. En blijven oefenen.’
Ik laat het hoofdeinde van mijn bed zakken tot het horizontaal is. Slapen dan maar. Ik ben doodmoe.

De volgende dag moet ik naar het UMCG. Het ijzelt in Noord-Nederland. De scholen hebben ijsvrij. Mensen schaatsen op straat. De poli’s blijven leeg. Maar ik moet met de ambulance van Drachten naar Groningen. En weer terug.
De rit valt mee, er is goed gestrooid op de A7. Het UMCG lijkt uitgestorven, ik ben snel aan de beurt. Doppler-onderzoek, identiek aan dat in Drachten. De laborant laat niets los, ik had ook niet anders verwacht. Na geruime tijd in de wachtkamer een gesprek met de vaatchirurg. Wel geinig, hij is een collega van mijn zoon. Kleine wereld, maar ik schiet er niks mee op. De linker halsslagader is behoorlijk dichtgeslibd en de plaque aan de wand van de slagader zal verwijderd moeten worden. Het risico dat ik loop zonder operatie is vele malen groter dan zonder opereratie. De keus is voor mij dan ook niet moeilijk.
‘U wordt binnen veertien dagen opgeroepen om geholpen te worden,’ zegt de vaatchirurg.
Dan mag ik weer terug. Nou nee, ik moet wachten tot er een ambulance richting Drachten vertrekt. Om half vijf word ik geroepen. Ik mag weer op de brancard gaan liggen en word als een rollade ingesnoerd. Rijden!

Geen eten gehad vandaag. Als ik klokslag zes weer op de kamer ben gearriveerd wordt een warme maaltijd binnengereden. De schatten! Het gordijn om het andere lege bed is half dichtgetrokken. ‘U krijgt een medebewoner, hij wordt nu op de ok geopereerd, komt straks op de kamer,’ zegt de verpleegkundige. Ik ben best moe, zal goed kunnen slapen na zo’n drukke dag.
Niet dus.
Om tien uur in de avond wordt mijn kamergenoot vloekend en scheldend wakker. Hij probeert uit bed te klimmen, maar dat gaat niet zo goed. Ik druk op de bel maar op hetzelfde moment komen al drie verpleegkundigen de kamer op. De man slaat als een dolle om zich heen, slaat bewust een verpleegkundige die dat niet pikt. Met veel moeite lukt het ze om hem te kalmeren, ik vermoed dat ze hem platgespoten hebben. Wat een schoft.
Even later komen twee verpleegkundigen bij mijn bed. Ze rijden me naar het dagverblijf zodat ik daar rustig kan overnachten.

Het lezen gaat veel beter, de volgende dag. Het schrijven, oftewel typen niet. Ik doe een half uur over een sms-je van nog geen zes woordjes: gaat goed voel best groet. Het huilen staat me nader dan het lachen. Een boek lezen dan maar. Fragmenten dansen over het papier. Volhouden!

Ik word geprikt voor diabetes. Hè? Hoezo diabetes? Als een donderslag bij heldere hemel dreunt het woord door mijn hoofd: d-i-a-b-e-t-e-s.
Ooit had ik medicijnen om mijn cholesterol te verlagen. Ik heb familiare hypercholesterolemie, zonder medicijnen krankzinnig hoge cholestorolwaarden. Jarenlang statines geslikt tot ik op een kwade dag besloot om er mee te stoppen. Ik werd er doodmoe van, om vijf uur ‘s middags was ik afgepeigerd. Foute boel dus, achteraf.

Gelukkig kan ik goed slapen, ik kan er wel een diploma in halen denk ik. De andere lichaamsfuncties komen ook weer terug, de afwijkingen in mijn gezichtsveld trekken bij. Na twee dagen sms ik weer als vanouds, gelukkig.

In de tussenliggende dagen krijg ik bezoek van een schare therapeuten die me allemaal kunstjes willen laten doen. Van de één moet ik traplopen, van de ander voetje voor voetje in een rechte lijn lopen, van de logopediste moet ik het alfabet opzeggen en er is zelfs iemand die me de afwas wil laten doen. Of koffie zetten, ik mag kiezen.
De laatste figuur is de ergste, die beslist over mijn revalidatie.
Ik moet van hem minstens twee maanden revalideren in Beetsterzwaag, Lyndensteyn.
En daar wil je dood noch levend gezien worden… Waarom? Ik ben een gevaar voor mijn omgeving, voor mezelf minimaal dodelijk en als ik in een auto ga rijden dan is dat zo ongeveer de Apocalyps. Dat is dus een fikse domper op de feestvreugde…

Mijn kennismaking (bij volle bewustzijn!) met mijn behandelende neuroloog was bepaald prettig te noemen. Zij kent mijn zoon, studiegenoot, en was onder de indruk van mijn snelle herstel. Ze vond het belachelijk dat de revalidateur mij wilde opbergen in het voorgeborchte van de hel, dat Lyndensteyn in Beetsterzwaag.
‘U mag morgen naar huis, meneer!’
Ach, dokter P, wat houd ik van u!

Alleen een bezoek aan de diabetesverpleegkundige stond nog tussen mij en de vrijheid.
Ze is best een beetje gek, knettergek eigenlijk en wat hebben we gelachen. Nee, ik noem geen naam want anders willen jullie allemaal met haar, en ze is van MIJ!
Goed, ik kan nu insuline spuiten, bloedsuikerwaarden bepalen en heel goed pillen slikken.
Op 20 januari ga ik naar het UMCG en na de operatie ben ik hopelijk weer zo goed als nieuw.

Ondertussen ben ik veel mensen heel dankbaar.
Verpleegkundigen, of zij in opleiding zijn helden. Artsen ook. Eigenlijk iedereen die voor zieken zorgt, ze afhoudt van het doen van onverstandige dingen, ze begeleidt op weg naar gezondheid. Dank, allemaal!
En niet te vergeten de lieve mensen die een kaartje of e-mailtje sturen, of die je zomaar komen opzoeken op je ziekbed.
Dank jullie allemaal.
 
 
 
 

Melige ui

 
 
De onstuimige snuiter stuitert guitig de tuimelende stuiter tegen de buik van de
luie vuilnisman die duimzuigend uitbuikt van de door de tuinman verguisde kluif.
Verduiveld, die struise buitenvrouw struint maar éven op het strand en Bruinisse!
Een tuigpaard aftuigen mag niet, een kerstboom optuigen wel.
Een rijtuig bevat vaak tuig.
De struikrover ruilt een stuiver met de duitendief.
De uitzuiger overtuigt de fruitteler in de geruite trui dat gefruite uien stuitend zijn.
De uit de kluiten gewassen kok struint door de kombuis en duikelt kuikens op.
Dat bruine wambuis beschermt de puinruimers uitstekend tegen buitelende kluiten.
De bruidegom ruikt stuifmeel in de bruidssluier.
Een buidelrat rookt uiteraard geen shag.
Verstuikingen kun je niet hergebruiken.
Bruisende bruiden gebruiken bruinbanken uitsluitend thuis.
Verruimde uitkeringen leidden tot dankbaar huilende uitvreters.
De opgeruimde, bruinbrood etende juf beval de kinderen: Opruimen!
Die pruimden dat niet en eisten luid en duidelijk schuimpjes.
Duitse spruitentelers spuien hun gal over Brussels lof.
De struiken stuitten de sluipende spuitgasten in de duinen.
Duiven wilden de druiven niet eten.
Juist de duistere uiterwaarden stuiven onder.
Het spruitstuk van die buitengewone auto is lek.
Het pruimen van pruimtabak in de kruipruimte leidt tot uitslag.
Alle verkruimelde beschuiten werden ruimschoots vergoed.
Tegen een uitmuntende tuier is geen kruid gewassen.
De bruikbare ruimten in deze uitleenbibliotheek zijn uitermate ruim opgezet.
De inruil luidde de uitruil in.
Broertjes luier staat uiterst modieus.
Uitzettingen van speeltuinuitbaters baten niet.
Ik ben goedgeluimd uit overtuiging.
Tuinfluiters en uilen zingen niet.
Fluitend juinden de kruiers de reizigers op.
Vuile uitvluchten hielden de vliegtuigen binnen.
Eén spuitje in je muil van de uitgelaten tandarts is genoeg.
Een muildier geef je toch geen muilpeer?
Muiterij in de kuiperij: kuipers kruipen met krampende kuiten naar de kop van Zuid.
Een wuivende kuitenflikker is geen buitenaards wezen.
Uivers vliegen, uiers wiegen.
 
 
Een uitdaging van iemand uit mijn kennissenkring om in maximaal 300 woorden
de lettercombinatie ‘ui’ in een woord minstens één keer per zin te gebruiken.
Elk ‘uiwoord’ mag maar één keer voorkomen in die driehonderd woorden.
Flauw. Hoor.

Gevaarlijke schokkende beelden

 
 
Pompediepompediepom…
 

 
 

Weer schokkende beelden

 
 
Zondagmiddag rond 4 uur liep ik op de Grote Markt in Groningen en hoorde ik ‘Heroes’
van David Bowie spelen. Even verderop, bij het Goudkantoor, stond een
Bowie-tributeband te spelen, omringd door een groepje mensen die als Bowie-adepten
dansten en plezier maakten.
Dus gauw mijn camera gepakt en foto’s en filmpjes gemaakt. Dit is er één van:
 

 
 

Conclusie schokkende beelden

 
 
Meneer France Capon, medewerker van de Universiteit van Luik (België) die eigenaar is van het diptiek, is een slecht vertaler van laat-middeleeuws Nederlands.

Hij twijfelt of dit diptiek zinnebeeld is van homo-seksualiteit of scatologie.
Erger is dat hij zich niet waagt aan een uitdieping, zijn conclusie is dat er te weinig bekend is maar ondertussen poneert hij dus mooi wel bovenstaande verwijzingen, weliswaar als vraag, maar toch.

Ik denk dat de hoogdravende en ver doorschietende conclusies en would-be betekenissen van deze deskundige in de prullenbak kunnen.
Er werd inderdaad veel met zinnebeelden gewerkt in kerk en samenleving, maar dit diptiek is in mijn ogen gewoon een grappige, boertige verbeelding van de toenmalige humor.
 
voorkant
 
 
Op de voorkant van het diptiek een zedige vrouwe die uitdrukkelijk maar glimlachend wijst op de tekst:
Laat dit paneel maar dicht hier hangen
want anders zie je mijn bruine wangen

Daar is toch geen woord Frans bij, meneer France Capon?
 
 
 
kont-02
En doe je het toch open, zie je precies waar de snaakse dame voor waarschuwde, toch wel duidelijk de achterhand van een vrouwe, de anatomie wijst daar duidelijk op. De verwijzing naar homoseksualiteit kan heel diep in de prullenmand gestampt worden, meneer Capon. Steek dat maar in uw zak.
Net zoals de veronderstelling dat dit een poepplaatje zou zijn, wegens de zichtbaarheid van de anus. Maar er is geen drol te zien, het is gewoon een boertige voorstelling, Jeroen, poep op je schoen!
Op diverse schilderijen van de vroeg 16e eeuwse schilders zijn poepende mensen te zien, men draaide voor een achterwerk in werking de hand niet om. Dus ook dit is onzin.

Citaat uit ‘Zinne- en minnebeelden in de schilderkunst van de zeventiende eeuw’ door E. de Jongh:
Gold de distel al in de Oudheid als een liefdeskruid, en stond hij sedert het einde van de 15de eeuw bekend als “Mannentrouw”, de klimop was blablablaetcetera‘.

De anonieme schilder maakt aan alle onzekerheid een einde door voor de ingang naar het heilige der heiligen een bloeiende distel te portretteren. Vanouds bekend als liefdeskruid, en dat in de tijd dat het geschilderd werd, bekend stond als zinnebeeld van ‘Mannentrouw’. Wil je het nog duidelijker?
De grappige tekst op de banier wijst de moraal hoogstaande fatsoensridders fijntjes op hun falen, eigen schuld, dikke bult zouden we nu zeggen.

 
gekkebek,jpg
En als je de diptiek in zijn geheel omdraait, zie je een man die een vreselijk gekke bek trekt (pas maar op, straks blijft je gezicht zo staan!) en de afkeurende, nette beschouwer toevoegt:
‘Als je te bang was om hier binnen te kijken (en hij weet natuurlijk donders goed dat iedereen dat toch deed), dan schrik je zo van mijn bakkes dat je het raam uitspringt.’

Het stukje kan zo in een cabaretvoorstelling van Jochem Mijer.
 
 
 
Dus dikdoenerige scholasters die aan dit diptiek allemaal gewichtige en moraliserende foute betekenissen verbinden:
Pak je lieftallig vrouwtje bij de kladden, kijk eens goed naar haar billen (O…France!), trek daarna een gekke bek en kijk dan in de spiegel!

Schokkende beelden

Wat is dát nou weer, Letterzetter hoor ik jullie vragen.
Een stukje platte kunsthistorie:
Dit is een diptiek (tweeluik) uit de tijd van Jeroen Bosch, de schilder is onbekend maar waarschijnlijk Vlaams en het wordt gedateerd rond 1500.

voorkant

De mevrouw op de voorkant wijst op het onderschrift dat vertaald in hedendaags Nederlands luidt:
Laat dit paneel gesloten, anders wordt u boos op mij

Update

Dit onderschrift wordt vermeld op de website van de Universiteit van Luik, waar dit diptiek getoond wordt als onderdeel van hun collectie.

Het Oud-Nederlands dat ik kon ontcijferen is:
Laet dit bret gheslote hange
Oft ghy zult sien mij bruiy wange

Nou is mijn Oud-Nederlands niet zo goed, maar ik denk dat een letterlijke vertaling zou zijn:
Laat dit paneel gesloten hangen
Of u ziet mijn bruine wangen

De vertaling die de Luikse Belgen (katholiek!) geven, vind ik op zijn zachtst gezegd discutabel.

Als je toch wil zien wat erachter zit, zie je dit:

kont-02
Het onderschrift van Luik luidt vrij vertaald:
Het is niet mijn schuld, ik heb u eerder gewaarschuwd

Het Oud-Nederlands dat ik kon ontcijferen is:
Mi te misdaene en wilt nyet sijn fel
want ic u warscoud te vore wel

Mijn vertaling is:
Ik heb u misdaan, maar wees niet boos
want ik heb u vooraf gewaarschuwd

Velen zien hier een poepende man in, maar ik denk dat dit het achterwerk van een vrouw is, misschien van dezelfde figuur van de voorkant. De distels hebben ongetwijfeld een diepere betekenis.
Volgens deskundigen gaat het hier om de anus en er wordt een verbintenis gemaakt met het uitsteken van de tong, zie onderstaand figuur (de achterkant van het diptiek).

gekkebek,jpg

Hier luidt het onderschrift, door de Belgen gegeven:
Hoe meer we willen waarschuwen, hoe meer u uit het venster wilt springen.

Wat ik kan ontcijferen is:
En deet warscouwe uiyl scarste druyt
Ic deed u springen ter venster inuiyt

De laatste zin is duidelijk, de eerste zin vind ik moeilijk te decoderen.
Wat ik er van maak:
En weerhield het waarschuwen ulieden om erin te kijken
Ik (dit gezicht) deed u het raam uitspringen

Kan iemand van de bezoekers beter?

Het blijft onthullend mooi hè?

Te bezichtigen in het museum Boymans van Beuningen.

De man en zijn bezigheden

 
 
Vroeger bestond verveling niet.
In het beginjaren van de tv bestond er nog geen afstandsbediening.
 
TV
 
Als je een andere zender wilde zien, stond je op uit je luie stoel en drukte een knop op het tv-toestel in om over te schakelen naar een andere zender. Niet dat het wat uitmaakte toen, er was maar één tv-zender.
Maar wij hadden geluk, in Groningen kon je ook een Duitse zender ontvangen en als het erg mistig was zelfs een tweede Duitser. Eigenlijk wilde mijn vader niet naar de moffen kijken, hij had slechte ervaringen met ze in de oorlog.
Maar als er op zaterdag voetbal uitgezonden werd keek hij toch.
 
Laurel&Hardy
Hij was ook een groot liefhebber van Dick und Doof zoals ze in het oosten genoemd werden, ach daar was geen woord Duits bij, dus hij keek en lachte.
 
wattenhalfwatt
 
 
 
 
 
Of een Deens koppel, Watt & Halfwatt, in het Duits Pat und Patachon, waar hij nog harder om moest lachen omdat de kleinste sprekend op zijn oudste broer leek.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
En als er niets op was waar je naar wilde kijken, verhief je je uit de luie stoel, zette het toestal uit en ging iets anders doen.
Verveling, daar had je geen tijd voor.

In de winter moest de kolenkit vol eierkolen geschept worden in het kolenhok. In het voorjaar ging je de tuin omspitten, of onkruid wieden. Of je ging op zaterdag naar de bioscoop, als er een mooie film draaide. Bioscoop de Beurs op de Vismarkt, loge nekkramp voor 60 cent, meestal cowboyfilms met John Wayne, de dappere man met revolver en een groot rechtvaardigheidsgevoel.
 
johnwayne
 
Zondags moest je twee keer naar de kerk en toen je wat groter werd spijbelde je natuurlijk omdat je je in die kerk wél doodverveelde. En als het mooi weer was klom je samen met je beste vriend op de fiets en reed je naar Paterswolde om op het Friescheveen een kano te huren.
 
Friescheveen
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Door de week ging je naar school, na schooltijd deed je het huiswerk (Nederlands, Engels, Duits, Frans (verplichte vakken!) dus het was rijtjes stampen, vervelende sommen maken voor algebra, meetkunde, de wet van Ohm in je hoofd zien te krijgen en ga zo maar door.
 
Geen tijd voor verveling.
 
wetvanohm
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
En als de vakantie aanbrak… Lange, lome zomeravonden waarop je door je samengeknepen wimpers naar de meisjes loerde die giechelend bijelkaar groepten. Hardop fantaseren met je vrienden wie de lekkerste was, wie het wel wilde doen of wie juist niet…
dames

Nee, je verveelde je nooit.
 
Maar nu zit ik vanavond op de bank voor de tv. Veertig plus zenders, een mediaspeler die vanaf mijn pc zo’n honderd films kan streamen, Netflix, Youtube, het houdt niet op. Alle zenders zijn al drie keer doorgezapt, de meeste films zijn al gezien.
Ik verveel me dood.
Had ik maar een kolenkachel.
 

kolenkachel
 
 

Betrauwbare kwalitijd

 
 
Het is wat met de Volkskrant. Ze afficheren zichzelf als kwaliteitskrant maar ik zie
vrijwel dagelijks iets anders. De ombudsvrouw van VK heeft al eens aandacht geschonken
aan de fouten in artikelen maar sindsdien is er niet wezenlijk iets veranderd.
 
Update over inhoud:
Nooit gedacht nog eens een link naar GeenStijl te plaatsen…
de @Volkskrant “rectificeert” MorelBrief, soort van
 
Hieronder een kleine bloemlezing. Over de stiekemlekkenonderzoekcommissie:
 
comissie
 
 
Dubbelslag:
doordoor
 
Vreemde dingen/mensen:
 
Mustand
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De rechter en het onderzoek:
rechterlijk
 
Verleden tijd:
 
taalvaut01
 
 
 
 
 
 
De RK afkomst waart nog rond op de burelen:
 
taalvaut03
 
Wat mij zorgen baart is de kwaliteit van de inhoud.
Dit artikel in de VK vooral.
Hieronder de belangrijkste gedeelte’s:
 
kop250mil

tellen01
 
Opgeteld is dit 310 miljoen. Toch?
 
tellen02
 
Hier nog eens 150 miljoen.
 
tellen03
En hier nog eens 100 miljoen.

Je kunt gemakkelijk een verkeerd beeeld krijgen van de werkelijkheid.
Kennelijk kan Maartje Bakker niet zo goed tellen. Of ze legt het niet goed uit.
 
 

Rondje Drachten

Eindelijk weer zon én droog!
Vanmiddag mijn luie gebeente bijeengeraapt en op de fiets gesprongen. Nou ja,
gesprongen… In elk geval was het bijzonder fijn fietsweer, vrijwel geen wind,
witte wolken, blauwe lucht en een lekker zonnetje.
 
langsdevaart02
Langs de vaart mooie luchten
 
 
langsdevaart01
 
 
roodmetwittestippen01
Eindelijk, de rood met witte stippen vliegenzwam, drie op een rij.
Zomaar in de berm langs het fietspad, ik ben er al zo vaak voorbij geraasd…
 
 
roodmetwittestippen02
En geen kabouter te bekennen
 
 
fietsbrug01
Drachten komt al gauw in zicht
 
 
fietsbrug02
De fietsbrug over de A7.
Aan de overkant woont inpakkunstenaar Christo.
In Drachten heb ik geen foto’s gemaakt. Ik heb koffie gehaald bij Aldi, en toen weer
gauw terug…
 
 
boleten
En op de terugweg nog deze kastanjeboleten gekiekt.
Het was een lekker rondje, ik heb er van genoten.
 
 

De zon kuste het water

 
 
Gelukkig scheen eindelijk de zon weer, na een aantal dagen van mist.
Lekker een rondje op de fiets, maar wel handschoenen aan want het was bepaald nog fris.
 
20151103_114859
Even buiten het dorp ligt een ven stil te dromen in de zon. Het water rimpelloos,
alleen het geluid van enkele ruzieënde vogels doorbreekt de stilte.
 
 
bladerdak
Een paar kilometer verder bij de Freulevijver zette de zon het bladerdak in vuur.
 
 
optrekkendenevel01
Ook hier de stilte. Ver weg klonk een kerkklok, blafte kort een hond. De nevel trok zich
langzaam terug in de schaduw van de bomen.
 
 
freule01
De zon kuste voorzichtig het water
 
 
waterlelies
De bloemen van de waterlelies zijn verdwenen
 
 
kerkje
Ik passeerde het middeleeuwse kerkje van Duurswoude.
Daarover heb ik eerder al geschreven: https://letterbak.wordpress.com/2012/06/18/discriminatie/
 
 
libelle
Op de uitgestrekte Duurswouder heide zat ik heerlijk in de zon op een bankje.
Even later kwam er een libelle naast me zitten. Ik probeerde een gesprek aan te knopen
maar hij vloog zoemend weg.
Op een paaltje rechts van me streek even later een buizerd neer. Toen ik eindelijk
mijn telefoon uit mijn borstzak had gehaald om hem te fotograferen, vloog hij weer weg,
met trage, brede slagen laag over het veld scherend, op zoek naar een smakelijk veldmuisje of zo.
Opeens begon er een motorzaag te gieren, de betovering op slag verscheurend. Er stond
een busje van Natuurmonumenten met twee mannen die er uit zagen alsof ze de heide
wilden ontginnen.
Ik ging terug naar huis, voor koffie.
 
 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 64 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: