Nostalgie

 
 
Vandaag zijn we naar Uithuizen gereisd. Het is een lief plaatsje in noorden van Groningen, de Eemshaven ligt op een steenworp afstand.
De reden:

Uithuizen: Boerma’s Antiekhoeve


 
Man man, wat een rommel en rotzooi mooie antiek hebben ze daar!
We keken onze ogen uit naar alle oude spullen, meubilair, lampetkannen, potketeltjes, kraantjespotten, te veel om op te noemen.
Echt waar, als we een ruimer huis zouden hebben hadden we daar vanmiddag mooie kastjes en lampen gekocht. Nu is het beperkt gebleven tot een petroleumlichtje, een Haller Original natuurlijk.
 

De enige echte!


 
Eindelijk hebben we een extra kookpunt in de keuken! Nou nog op zoek naar een petroleumboer…
 
 

Advertenties

Goedemorgen, hemelse mevrouw Ping

 
is U de zachte nacht bevallen, hebben de on-
deugende, geheimzinnige planten naar behoren

gegeurd en zijn hopelijk geen van uw overige
zuigelingen aan de builenpest bezweken?

Hebt U de interessante nerveuze godvruchtige
vogeltjes, vrome goedertierende mevrouw, al wel

bekeken, druk telefonerend van: hallo, met piet
kom je op mijn tak – o de sierlijke levendige

vogels, allemaal allemaal voor de brave poes,
die veelbeproefde droevige moeder. Ja verdomd,

deze ziekte, lieve beklagenswaardige mevrouw,
is een wrede rakker en zoveel is wel duidelijk:

er valt niet tegenop te baren, waar zelfs het
begrafeniswezen, die intieme huisgenoot, die

zeer bekende schenker ook van lauwe melk,
op zijn verlengde achterpoten het ter

aarde bestellen welhaast niet meer bij kan
benen, nietwaar, dame Ping, radarbesnorde,

dubbelgepuntmutste, mevrouwogige poezin?
Het is nu beter te zitten zonder weemoed in

de rauwe geurige ochtendlucht, nu de zon nog
teder is en de gordijnen levendig in de goede

vrolijke wind. O halmstaartige voortreffelijke,
kijk, zwijgzame zwakzinnige allerliefste,

er loopt een belangwekkend, héél klein maar
bijzonder lekker beestje tussen de kiezelstenen

onder de hemelsblauwe hortensia

(Aan mijn neerslachtige poes, ter vertroosting bij het overlijden van zijn gebroed)

F. Harmsen van Beek, 1927
 


 
F. Harmsen van Beek (1927 – 2009) wordt gezien als één van de grootste dichters van Nederland. Maaike Meijer schreef de biografie van deze bijzondere vrouw, die door te veel mensen Fritzi werd genoemd.
Hemelse mevrouw Frederike, uitgeverij De Bezige Bij,
670 blz. prijs € 39,99

Het lezen waard, denk ik.
 
 
 

Rondje Poepenhemeltje

 
 
Ook vandaag was het een prachtige dag, 12 graden Celsius en een stralende laagstaande zon. Mijn fiets stond weer klaar, de batterij opgeladen, klaar voor een tochtje.
Het ging vandaag langs het Poepenhemeltje via het dorpje Loon naar Balloo en dan over het Ballooërveld weer terug.
 

Het Poepenhemeltje


 
Het Poepenhemeltje of het schansje van Van Galen is een kleine schans, een zgn. redoute. Bommen Berend, want die was het, viel in 1672 ons land binnen en na een overwinning op Coevorden rukt hij op naar Groningen. Hij overnacht van 18 op 19 juli 1672 op deze plek. Ondanks hevige bombardementen op Groningen lukt het hem niet om de stad in te nemen. Nog steeds wordt elk jaar 28 augustus in de stad Groningen gevierd als de dag van Groningens ontzet.
Poepen is een scheldnaam voor Westfalers, Duitse trekarbeiders die hier in de 18e en 19e eeuw vaak hebben overnacht.
 

Bruggetje over het Loonerdiep


 

Het vee loopt nog in de wei


 

Familie eend


 

In Loon zie je veel dieren, zoals honden…


 

…en schapen


 

Een bijzondere boekenkast


 

Ook een bijzondere porseleinkast


 

Meneer de uil


 

Het woont hier geweldig mooi…


 

De weg van Loon naar Balloo


 

De toren van Rolde, met bloeiend mosterdzaad


 

Op het Ballooërveld graast de schaapskudde


 

Het fietspad over het lichtglooiende veld


 

De zandverstuiving als apotheose


 
Het was weer een mooi rondje door het schitterende Drentse landschap.
 
 
 

Rondje Rolde

Het werd tijd om weer iets te bloggen, het is al te lang geleden!
Vandaag was het een warme dag in november, perfect om een eindje te fietsen.
Normaal gaan mijn vrouw en ik samen maar ze moest werken, dus ging ik alleen.
Je komt dan mooie dingen tegen, onderweg…
 

Assen-Oost


 

Deurzer Diepje, in zuidelijke richting


 

Deurzer Diepje, in noordelijke richting


 

Nieuwsgierig jongvee


 

De akkers zijn geploegd


 

Genoeg kamers vrij in dit hotel


 

Jacobuskerk Rolde


 

Houtsnijwerk in Balloo


 

D’Olde Stee, Balloo


 

Galerie Balloo


 

Kunst dus


 
 
 
 

Dood

 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Sander de Hosson

is 27 jaar oud als hij voor het eerst een patiënt ziet stikken. Een uur geleden was ze wat benauwd maar leek er nog niet zo veel aan de hand. Nu ligt ze happend naar adem in een ziekenhuisbed. Alleen in een kamertje. Haar familie is nog niet eens gealarmeerd.
‘Shit’, denkt De Hosson.

De kankerpatiënt heeft een acute longontsteking waaraan niets meer te doen is. Hij weet het, maar wat hij hier voor zijn ogen ziet gebeuren – zo heftig heeft hij het nog niet eerder gezien. De Hosson, dan nog in opleiding, belt zijn supervisor. Snel daarna komt de longarts in volle vaart naar beneden gerend in het ziekenhuis. Zijn mondkapje heeft hij nog op.

De longarts aarzelt niet en spuit de patiënt morfine in. Binnen de kortste keren wordt de vrouw rustiger. Ze sterft, het is onvermijdelijk – maar ze maakt het niet bewust meer mee.

‘Het was’, zegt De Hosson achteraf, ‘de eerste keer dat ik iemand zag doodgaan. Er staan nog steeds flarden van op mijn netvlies. En ik herinner me ook nog wat er toen door me heen schoot. Ik dacht: dit had anders gemoeten.’

Het veranderde zijn werk als longarts voorgoed. ‘In die tijd moest je ernstig benauwd zijn om morfine te krijgen. Als we haar eerder medicijnen hadden gegeven, had ze een betere dood gehad. We waren te laat.’

Binnenkort verschijnt het boek Slotcouplet van Sander de Hosson (40) over de zestien jaar die hij nu als arts heeft gewerkt. Het is een verzameling van zijn blogs, die online massaal worden gedeeld. In aangrijpende verhalen laat hij zien wat er gebeurt met stervende patiënten in zijn praktijk. Als longarts heeft hij onwaarschijnlijk veel met de dood te maken: 85 procent van de longkankerpatiënten overleeft de ziekte niet.

‘Nooit zeg ik: het valt wel mee’, schrijft hij. ‘Want dat doet het meestal helemaal niet.’

De Hosson heeft een missie. ‘Ik wil dat mensen eerder en meer over de dood spreken. In ziekenhuizen gebeurt dat veel te weinig. Als iemand ongeneeslijk ziek wordt, moet je daar vroegtijdig mee beginnen. Je moet vragen: wat is belangrijk voor u de komende tijd? Wat wilt u nou echt? Hoe hard moeten we u blijven behandelen?

‘Als je echt gaat praten over die vraag, zeggen mensen vaak: nou, ik vind het wel mooi geweest zo. Soms veert er dan een dochter op die zegt: pap ik wil je nog helemaal niet kwijt. Dan zeg ik tegen die dochter: je moet wel goed naar hem luisteren, want het is zíjn lichaam. Hij is de baas over hoe het verder gaat.’
‘Ik wil dat mensen eerder en meer over de dood spreken.’

Hij is een arts die niet alleen naar de ziekte kijkt, maar ook naar de zieke. Bovendien laat hij zien hoe het voor hem is om dit werk te doen. ‘Ik heb een wee gevoel in mijn maag’, schrijft hij over een 19-jarige patiënt met longkanker. ‘Hoe vertel je in godsnaam aan iemand van nog geen 20 dat hij doodgaat? ‘ Toch doet hij het. ‘Ik zal me altijd blijven herinneren hoe onzeker ik op dat moment klink.’

Zijn boek is een pleidooi voor de palliatieve zorg: de zorg voor terminale patiënten die niet gericht is op genezen, maar op het verlichten van lijden. Dit krijgt in ziekenhuizen nog altijd te weinig aandacht, zegt De Hosson, die zelf in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen werkt.
 
 
Tot zover een deel van het interview met Sander in de Volkskrant.
Het boek is een bundeling van aangrijpende columns die hij schreef voor het Dagblad v/h Noorden.
Sterk aanbevolen!
 
 

Koud

 
 
Het was koud vandaag. Iedereen die ik sprak zei het: ‘Koud hè?’
Ik kon niet anders dan het beamen.
Vanmiddag moest ik nog even de stad in, een tube acrylverf kopen. Op de fiets, tegen de snijdende wind in naar het warenhuis.
Op het plein ervoor een hoop kabaal!
Het is weer verkiezingstijd dus de politieke partijen stonden naast elkaar de weinig passerende mensen lastig te vallen met flyers, mooie beloftes (Wij zijn er voor jou!) en veel te harde muziek.
Ik heb ze links laten liggen, dat doen ze immers met mij ook.
Pipoos had de gewenste kleur verf niet, er stond wel een doosje acrylverf met 20 verschillende kleuren en daar zat wat ik wilde gelukkig wel in.
Klaar.
Op de terugweg had ik het voor de wind, de zon scheen en het was bijna lekker…
Toch wel bijzonder dat die lui van de politieke partijen hun vrije zaterdag besteden aan dat zinloze gedoe in het centrum.
Ik weet al lang wat ik ga stemmen. Ook voor het referendum over de sleepwet!
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
En ik heb ook mijn donorregistratie zo snel mogelijk gewijzigd, toen die onzalige wet aangenomen werd.
Mijn lichaam is van mij, niet van de staat.
Waarvan akte!
 
O ja, er is één ding dat goed tegen de kou is:
 

 
 

Tomaten

 
 
Ik maak deel uit van een clubje amateurschilders dat elke donderdagochtend bijeenkomt, gezellig kletsen over de dagelijkse dingen onder het genot van een lekker bakje koffie. O ja, we schilderen ook nog, tussen het koffiedrinken door.
Het laatste schilderij van mijn hand is eindelijk klaar, na veel ploeteren, gesteun en gekreun.
Mijn grote voorbeeld is Henk Helmantel, befaamd fijnschilder uit het Groningse plaatsje Westernieland.
Ook dit stilleven heb ik geschilderd naar één van zijn werken, maar ik kan niet tippen aan zijn vakmanschap…
 
 

 
 

Alweer bijna

 
 
 
Tjonge, een jaar lang niks geblogd! Waar blijft de tijd?!

Het is al weer bijna Pasen. De eerste lentedag is pas geweest, er komen weer verkiezingen aan en zelfs een referendum!
Nieuwe politici erbij, zelfs een jonkvrouwe die met spreekwoordelijk dedain het ministerschap vervuilt vervult.
En eindelijk ook eens goed nieuws, na alle rampen, aanslagen, schietpartijen, liquidaties en ondergedoken burgemeesters van het afgelopen jaar.
Er is iets ópgedoken bij de ex-voorzitter van de VVD!
Je weet wel, de beste ex-vriend en ex-godfather van onze ex-minpres oh.. wacht… onze zittende minpres Mr. Colgate-Rutte.
Henry Keizer, personificatie van het gedachtengoed van de VVD, vond een naheffing van onze alom geliefde Belastingdienst (voor geen kleintje vervaard!) op zijn deurmat.
Twaalf miljoen euro, nog te betalen.
Wegens sjoemelen met de overname van een uitvaartbedrijf.
Maar meneer Keizer laat zich niet kisten, hij heeft bezwaar aangetekend.
Ben benieuwd!

Nou die Alexander Peggold nog, met z’n appartementje op Scheveningen…
Zou die ook bij de ING bankieren?

Vol verwachting (nee hoor, ik ben Jinek niet!) gaan we dus het voorjaar in.
 
 

Bijna…

 
 
… is het Pasen.
Vandaag ook bedaarde muziek. De Fransman Gabriel Fauré schreef in 1899 een stukkie muziek om op te dansen, een pavane. Die dans is allang uit de mode, dans heet nu dance en dát doet vooral een aanslag op je oren.
Maar goed, nu dus de Pavane pour une infante d’funte (pavane voor een overleden prinses).
Hieronder een klein gedeelte gespeeld door de Berliner Philharmoniker, toen nog o.l.v. Sir Simon Rattle.
Rustig en ingetogen, nog steeds in de aanloop naar Pasen.
 
 

 
 

Hoppetee

 
 
In deze stille week hoor je eigenlijk alleen maar passiemuziek.
Mattheus hier, Johannes daar. Bach natuurlijk.
Maar die knakker heeft veel meer mooie muziek geschreven.
Ook koralen, in dit geval door de gehele kerkgemeenschap gezongen liederen.
Er zijn veel koraalbewerkingen voor orgel, één daarvan is in deze week toch ook wel toepasselijk: Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ (BWV 649).
Ik vind het best wel een mooi stukkie, ook nog eens goed gespeeld op één van de mooist klinkende orgels in Europa.
Het voordeel van zo’n koraalbewerking is dat het niet zo verhipte lang duurt als zo’n passie, gelukkig.
 
 

 

%d bloggers liken dit: