Blauw, groen en inkt

 
 
In de huiskamer staat wat oud spul uit grootmoeders tijd.
Een melkbus, een koffiepotje en een fles Talens schoolinkt.
 
 

 
Kleurpotlood 30 x 40 cm

Kleuren

 
 
Vroegâh leerde ik op de kleuterschool (heet nu basisschool groep 1) matjes vlechten, punniken en nog wat handwerkjes, we werkten ook met grote kleurplaten. Ik kan me herinneren dat ik een complimentje kreeg van de liefste juf van de wereld omdat ik zo mooi binnen de lijntjes kleurde… Wat was je dan trots!
Waarschijnlijk zit er toch wat teken(schilder)talent in de familie, mijn oudere zussen tekenden ook niet onverdienstelijk.
Nu, zoveel jaren later, ben ik weer begonnen met tekenen en kleuren. Gelukkig hoeft dat niet meer tussen de lijntjes en het voorbeeld stond bij ons op de vensterbank.
 
 

 
Stilleven met appels,
30 x 40 cm., kleurpotloden Faber-Castell Polychromos op aquarelpapier.
 
 

De Russen zijn er!

 
 
Vroegâh (lichting 65-3) moest ik van mijn meerderen bang zijn voor de Russen.
De Russen komen, riepen ze in koor. Huzaar zijn was niet makkelijk, wij werden geacht de vijand (het rode gevaar!) te bespieden vanuit onze Nekaf-jeeps en AMX-pantservoertuigen en daarom kregen we les in voertuig- en vliegtuigherkenning. Kleine zwarte silhouetjes van tankjes en vliegtuigjes werden getoond met daarbij hun karakteristieken én hun classificatie van gevaar en wij moesten die ‘in onze stomme boerenkoppen stampen’ volgens onze liefdevolle instructeur, wachtmeester één van Bezooyen.
Ik heb er niks aan gehad, nooit zo’n zwart tankje (T54) aan de horizon gezien.

 
 
 
 
Tegenwoordig zijn de Russen er al. Niet die van het rode gevaar, maar die van vóór de revolutie van 1917. Schilders, vreedzame mensen. Ze legden het toenmalige dagelijkse leven vast op het canvas, Russisch realisme.
Peredvizhniki, een groep schilders rondom Ilya Repin, op dit moment (tot 2 april 2017) in het Drents Museum in Assen te bezichtigen.
 
 

 
 

Ivan Yendurogov ‘Begin van de lente’, 1885
 
 

Ilya Repin ‘Wat een vrijheid!’, 1903
 
 

Ilya Repin ‘Portret van Vladimir Stasov’, 1883
 
 

 
 
 
 
 
 
Ilya Repin ‘Lev Nikolajevich Tolstoy blootsvoets’, 1901
 
 

Alweer een nieuw begin

 
 
Alea jacta est oftewel de Rubicon is overgestoken oftewel Spekman heeft eindelijk door wie z’n schuld het was…
Vaarwel Spekman, vier maar een mooi feestje.
 
 

 
 

Nieuw begin

 
 
Een nieuw begin vandaag.
De verkiezingen zijn achter de rug, een verkenner is aangesteld, winnaarsfeestjes zijn geweest, bij de verliezende partij worden de messen geslepen, kortom: normaal doen.

Inmiddels heb ik mijn oude hobby’s tekenen en schilderen weer opgepakt, een mens moet wat te doen hebben, toch?

Hier een tekening van een antieke wijnfles.
 
 

 
 

Kerst enzo

Het is weer zo ver.
De Kerstdagen staan voor de deur, de periode waarin alles pais en vree hoort te zijn.
Dat geldt natuurlijk niet voor het niet-westers denkende deel van onze wereld, die denken daar ánders over. Andere soort beschaving, andere godsdiensten en ook andere muziek.
Hier te lande is het de tijd van kerstliederen, Christmas Carols en Weihnachtslieder.
Het gros van de liederen is religieus getint, of uit de duim gezogen of er met de haren bijgesleept.
Maar goed, er zijn veel mensen die er, al zingend, het beste van proberen te maken.
Zo ook de King’s Singers uit het perfide Albion, zes mannen met gouden kelen.
Zij vertolken The Little Drummer Boy (de kleine trommelslager).

Vol verwachting klopt-ie

 
 
Poehee… dat is een tijd geleden, die laatste pots.
Om een lang verhaal kort te houden: Alles gaat goed, de bok is vet, het is kits achter
de rits, ik hoefde niet mee in de zak van Sinterklaas en Zwarte Piet is nu niet meer zwart.
Alleen geen tijd om te bloggen dus.
Mijn vriendin zegt dan: ‘Maar als je bloggen leuk vindt, dan máák je er toch tijd voor?’
Een wijze vrouw, die niet voor één gat te vangen is.
Maar dagelijks? Kweet niet, je leest het wel.
De gezondheid is, zoals de kop aangeeft, prima. Na alle ellende dit jaar ben ik vorige week goedgekeurd voor lichte dienst. Hart pompt op 40%, waar de gemiddelde mens zo’n 60% haalt.
Dat wil zeggen, het percentage bloed in je hart dat er met één hartenklop doorgejenst wordt.
Echt waar, letterlijk de woorden van mijn cardioloog al beweert zijn beroepsnaam het tegenovergestelde.
Met de liefde gaat het ook fantastisch, tot u schrijft de gelukkigste man van de straat/wijk/stad.
En dat mag best eens gezegd worden!
En nu?
Eerst maar eens wat rond- en bijlezen op tinternet.
Tot lezens!
 
 

De man en zijn hart II

 
 
Niet weten wat later komt… ken je die uitdrukking?

De laatste zin die ik in het vorige stukkie schreef was meer dan profetisch.
Na gedotterd te zijn leek alles goed te gaan.
Voorspoedig herstel, geen wolkje aan de lucht.
Tot er weer een rugpijn kwam die me heel veel deed denken aan wat ik al eens meegegemaakt had… Dus terug naar de cardioloog in Assen die niets kon ontdekken en het op spierpijn hield. Ik was thuis aan het klussen geweest, dus voor haar was dat een logische gevolgtrekking.
Tot ik de volgende dag, op 13 juli, weer terug kwam, deze keer met de ambulance want de rugpijn was te heftig om op een andere manier in het ziekenhuis te komen.
Weer niks te vinden.
Ik opperde op een gegeven moment of het misschien een longembolie kon zijn.
‘Nee, dat kan niet, u krijgt zoveel bloedverdunners, dat kan het niet zijn. Maar om alles uit te sluiten maken we een echo van uw hart, goed?’
Na de echo was er overleg, ik hoorde nog niets van de cardioloog. De echo was ook naar het UMCG gestuurd en op een gegeven moment hoorde ik van de arts op de spoedeisende hulp dat ik me niet meer mocht bewegen, stil moest blijven liggen en met spoed en de ambulance naar het UMCG ging.
Ik heb in Assen geen cardioloog meer gezien.

In Groningen stond een operatieteam klaar. De chirurg wilde eerst een gesprek met mij en mijn vriendin.
‘We moeten u met spoed opereren, meneer. Er zit bloed in het hartzakje en de achterkant van uw hart waar littekenweefsel zit van een vorig infarct, staat op scheuren. Als we niets doen, geef ik u nog één, misschien twee dagen, dan scheurt het en gaat u dood.’
Dat kwam hard aan.
‘Als u opereert, maak ik dan een kans?’ vroeg ik even later.
‘Er is een mogelijkheid dat u het niet overleeft, de schade is aanzienlijk. Maar we zullen alles doen om uw hart te repareren, we zetten er een matje in om de zwakke plek te versterken en maken alles netjes dicht.’
‘Ik heb dus geen alternatief… opereren dus en doe uw stinkende best!’
Hij knikte en er speelde een glimlach om zijn mond.
‘Doen we.’

Dokter Hartman (what’s in a name) was zeven uur met mij bezig.
’s Nachts om 1 uur kregen mijn vriendin en mijn zoon, die inmiddels ook gearriveerd was, bericht dat ik op de IC lag en dat de operatie achter de rug was.
Ze hielden me twee dagen ‘onder water’ op de IC, omdat het hart moest herstellen van de forse ingreep.
 
 
– vervolgt –
 
 

De man en zijn hart

 
 
Heb ik weer, net nu ik besloten heb een dagboek bij te houden gooit iets anders weer roet in het eten… Een fikse buikgriep, volgens tante Dokkie. Vergezeld van een stekende rugpijn rechts in de rug.
Uitzieken maar, dus het hele afgelopen weekend bedlegerig geweest. Of is het toch bedleggerig??
Enfin, maandag leek het over, tot aan de afwas ’s avonds. Weer die vervelende, stekende rugpijn, een puntpijn. Zou het misschien toch iets met de galblaas/galstenen kunnen zijn?
De pijn blijft constant, maar het voelt alsof er een knellende band om mijn bovenlijf zit. Toch maar de spoed-arts (zoiets gebeurt nooit in de reguliere werktijd van de huisarts) gebeld, de pijn wordt erger. Na overleg komt er een ambulance.
Ze maken een hartfilmpje en dat wordt naar het UMCG gefaxt. Ja, écht waar, gefáxt!
En er wordt teruggebeld met de uitnoding: Komt u maar!
Met zwaailichten, een rotgang en de sirene voluit zijn we binnen twintig minuten in het UMCG.
Nou, om een lang verhaal kort te houden: Hartinfarct, direct gedotterd.
Eén van de linker kranssslagaders zat dicht, die is met ceremonieel vertoon, het spelen van het volkslied en met een directe tv-uitzending op breedbeeld weer geopend.
’s Avonds om 11 uur lag uw reporter opgelucht weer op de hartbewaking, niet bewust van wat nog komen ging…

Later meer!
 
 

De man en zijn bretels

 
 
Niet zoveel te doen vandaag. De schuur opruimen en daarna ophanghaken voor het tuingereedschap monteren, ik breek nu bijna m’n benen over de rondslingerende hark- en bezemstelen.
De laatste tijd ben ik nogal afgevallen en daarom moet ik nu bretels om, zodat de in middels te wijde broek niet op m’n enkels zakt.
Ah, daar ploft de krant op de deurmat…

De minpres duikt in zijn verkleedkist en vist er de glitterbretels uit. Voor de manshoge spiegel draait hij koket heen-en-weer. Och, was J. maar hier, die heeft ervaring met het dragen van bretels en zou hem kunnen adviseren. Het kan toch niet zo zijn dat hij op de samenkomst met de wereldtoppers uit de toon valt? Wat zullen Frau Merkel, Cameron, Hollande of zelfs Obama hiervan vinden?
Hij oefent zijn breedste grijns en hinnikt er zachtjes bij. Verliefd staart hij naar de figuur in de spiegel. Ja, deze doet hij om, vanavond, hij zal een goed figuur slaan bij de toppers. En misschien na afloop nog een after-party, hij kan zich er nu al op verheugen!

 
 

%d bloggers liken dit: