Dood

 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Sander de Hosson

is 27 jaar oud als hij voor het eerst een patiënt ziet stikken. Een uur geleden was ze wat benauwd maar leek er nog niet zo veel aan de hand. Nu ligt ze happend naar adem in een ziekenhuisbed. Alleen in een kamertje. Haar familie is nog niet eens gealarmeerd.
‘Shit’, denkt De Hosson.

De kankerpatiënt heeft een acute longontsteking waaraan niets meer te doen is. Hij weet het, maar wat hij hier voor zijn ogen ziet gebeuren – zo heftig heeft hij het nog niet eerder gezien. De Hosson, dan nog in opleiding, belt zijn supervisor. Snel daarna komt de longarts in volle vaart naar beneden gerend in het ziekenhuis. Zijn mondkapje heeft hij nog op.

De longarts aarzelt niet en spuit de patiënt morfine in. Binnen de kortste keren wordt de vrouw rustiger. Ze sterft, het is onvermijdelijk – maar ze maakt het niet bewust meer mee.

‘Het was’, zegt De Hosson achteraf, ‘de eerste keer dat ik iemand zag doodgaan. Er staan nog steeds flarden van op mijn netvlies. En ik herinner me ook nog wat er toen door me heen schoot. Ik dacht: dit had anders gemoeten.’

Het veranderde zijn werk als longarts voorgoed. ‘In die tijd moest je ernstig benauwd zijn om morfine te krijgen. Als we haar eerder medicijnen hadden gegeven, had ze een betere dood gehad. We waren te laat.’

Binnenkort verschijnt het boek Slotcouplet van Sander de Hosson (40) over de zestien jaar die hij nu als arts heeft gewerkt. Het is een verzameling van zijn blogs, die online massaal worden gedeeld. In aangrijpende verhalen laat hij zien wat er gebeurt met stervende patiënten in zijn praktijk. Als longarts heeft hij onwaarschijnlijk veel met de dood te maken: 85 procent van de longkankerpatiënten overleeft de ziekte niet.

‘Nooit zeg ik: het valt wel mee’, schrijft hij. ‘Want dat doet het meestal helemaal niet.’

De Hosson heeft een missie. ‘Ik wil dat mensen eerder en meer over de dood spreken. In ziekenhuizen gebeurt dat veel te weinig. Als iemand ongeneeslijk ziek wordt, moet je daar vroegtijdig mee beginnen. Je moet vragen: wat is belangrijk voor u de komende tijd? Wat wilt u nou echt? Hoe hard moeten we u blijven behandelen?

‘Als je echt gaat praten over die vraag, zeggen mensen vaak: nou, ik vind het wel mooi geweest zo. Soms veert er dan een dochter op die zegt: pap ik wil je nog helemaal niet kwijt. Dan zeg ik tegen die dochter: je moet wel goed naar hem luisteren, want het is zíjn lichaam. Hij is de baas over hoe het verder gaat.’
‘Ik wil dat mensen eerder en meer over de dood spreken.’

Hij is een arts die niet alleen naar de ziekte kijkt, maar ook naar de zieke. Bovendien laat hij zien hoe het voor hem is om dit werk te doen. ‘Ik heb een wee gevoel in mijn maag’, schrijft hij over een 19-jarige patiënt met longkanker. ‘Hoe vertel je in godsnaam aan iemand van nog geen 20 dat hij doodgaat? ‘ Toch doet hij het. ‘Ik zal me altijd blijven herinneren hoe onzeker ik op dat moment klink.’

Zijn boek is een pleidooi voor de palliatieve zorg: de zorg voor terminale patiënten die niet gericht is op genezen, maar op het verlichten van lijden. Dit krijgt in ziekenhuizen nog altijd te weinig aandacht, zegt De Hosson, die zelf in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen werkt.
 
 
Tot zover een deel van het interview met Sander in de Volkskrant.
Het boek is een bundeling van aangrijpende columns die hij schreef voor het Dagblad v/h Noorden.
Sterk aanbevolen!
 
 

Advertenties
Vorige bericht
Een reactie plaatsen

1 reactie

  1. Gelukkig is er wat dat betreft wel veel veranderd ten goede…

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: