Bijna…

 
 
… is het Pasen.
Vandaag ook bedaarde muziek. De Fransman Gabriel Fauré schreef in 1899 een stukkie muziek om op te dansen, een pavane. Die dans is allang uit de mode, dans heet nu dance en dát doet vooral een aanslag op je oren.
Maar goed, nu dus de Pavane pour une infante d’funte (pavane voor een overleden prinses).
Hieronder een klein gedeelte gespeeld door de Berliner Philharmoniker, toen nog o.l.v. Sir Simon Rattle.
Rustig en ingetogen, nog steeds in de aanloop naar Pasen.
 
 

 
 

Hoppetee

 
 
In deze stille week hoor je eigenlijk alleen maar passiemuziek.
Mattheus hier, Johannes daar. Bach natuurlijk.
Maar die knakker heeft veel meer mooie muziek geschreven.
Ook koralen, in dit geval door de gehele kerkgemeenschap gezongen liederen.
Er zijn veel koraalbewerkingen voor orgel, één daarvan is in deze week toch ook wel toepasselijk: Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ (BWV 649).
Ik vind het best wel een mooi stukkie, ook nog eens goed gespeeld op één van de mooist klinkende orgels in Europa.
Het voordeel van zo’n koraalbewerking is dat het niet zo verhipte lang duurt als zo’n passie, gelukkig.
 
 

 

Aanloop

Op 16 april a.s. is het Pasen.
Eitje, lammetje, lentetje en nog meer van dat symboolspul voor een nieuw begin.
Maar als je begint, moet je eerst eindigen.
Het ultieme einde is de dood.
In de christelijke wereld is dat ook de kruisdood van Jezus.
Er is veel over geschreven, gedebatteerd en het wordt nog geloofd.
Componisten hebben er muziek over gemaakt, zoals J.S. Bach.
De Mattheuspassie en de Johannespassie bijvoorbeeld, maar ook andere componisten hebben zich eraan gewaagd. Vaak droevige muziek.
Edward Elgar schreef wereldse muziek met zijn Enigma, variaties op een bepaald thema. Van de negende variatie, Nimrod, is een koorbewerking door John Cameron gemaakt en voorzien van de tekst ‘Lux Aeterna’, onderdeel van een requiem (dodenmis), waarmee het een religieus werk wordt.
Desalniettemin een prachtige melodie, hier 8-stemmig gezongen.
Aanloop naar Pasen.

Blauw, groen en inkt

 
 
In de huiskamer staat wat oud spul uit grootmoeders tijd.
Een melkbus, een koffiepotje en een fles Talens schoolinkt.
 
 

 
Kleurpotlood 30 x 40 cm

Kleuren

 
 
Vroegâh leerde ik op de kleuterschool (heet nu basisschool groep 1) matjes vlechten, punniken en nog wat handwerkjes, we werkten ook met grote kleurplaten. Ik kan me herinneren dat ik een complimentje kreeg van de liefste juf van de wereld omdat ik zo mooi binnen de lijntjes kleurde… Wat was je dan trots!
Waarschijnlijk zit er toch wat teken(schilder)talent in de familie, mijn oudere zussen tekenden ook niet onverdienstelijk.
Nu, zoveel jaren later, ben ik weer begonnen met tekenen en kleuren. Gelukkig hoeft dat niet meer tussen de lijntjes en het voorbeeld stond bij ons op de vensterbank.
 
 

 
Stilleven met appels,
30 x 40 cm., kleurpotloden Faber-Castell Polychromos op aquarelpapier.
 
 

De Russen zijn er!

 
 
Vroegâh (lichting 65-3) moest ik van mijn meerderen bang zijn voor de Russen.
De Russen komen, riepen ze in koor. Huzaar zijn was niet makkelijk, wij werden geacht de vijand (het rode gevaar!) te bespieden vanuit onze Nekaf-jeeps en AMX-pantservoertuigen en daarom kregen we les in voertuig- en vliegtuigherkenning. Kleine zwarte silhouetjes van tankjes en vliegtuigjes werden getoond met daarbij hun karakteristieken én hun classificatie van gevaar en wij moesten die ‘in onze stomme boerenkoppen stampen’ volgens onze liefdevolle instructeur, wachtmeester één van Bezooyen.
Ik heb er niks aan gehad, nooit zo’n zwart tankje (T54) aan de horizon gezien.

 
 
 
 
Tegenwoordig zijn de Russen er al. Niet die van het rode gevaar, maar die van vóór de revolutie van 1917. Schilders, vreedzame mensen. Ze legden het toenmalige dagelijkse leven vast op het canvas, Russisch realisme.
Peredvizhniki, een groep schilders rondom Ilya Repin, op dit moment (tot 2 april 2017) in het Drents Museum in Assen te bezichtigen.
 
 

 
 

Ivan Yendurogov ‘Begin van de lente’, 1885
 
 

Ilya Repin ‘Wat een vrijheid!’, 1903
 
 

Ilya Repin ‘Portret van Vladimir Stasov’, 1883
 
 

 
 
 
 
 
 
Ilya Repin ‘Lev Nikolajevich Tolstoy blootsvoets’, 1901
 
 

Nieuw begin

 
 
Een nieuw begin vandaag.
De verkiezingen zijn achter de rug, een verkenner is aangesteld, winnaarsfeestjes zijn geweest, bij de verliezende partij worden de messen geslepen, kortom: normaal doen.

Inmiddels heb ik mijn oude hobby’s tekenen en schilderen weer opgepakt, een mens moet wat te doen hebben, toch?

Hier een tekening van een antieke wijnfles.
 
 

 
 

Kerst enzo

Het is weer zo ver.
De Kerstdagen staan voor de deur, de periode waarin alles pais en vree hoort te zijn.
Dat geldt natuurlijk niet voor het niet-westers denkende deel van onze wereld, die denken daar ánders over. Andere soort beschaving, andere godsdiensten en ook andere muziek.
Hier te lande is het de tijd van kerstliederen, Christmas Carols en Weihnachtslieder.
Het gros van de liederen is religieus getint, of uit de duim gezogen of er met de haren bijgesleept.
Maar goed, er zijn veel mensen die er, al zingend, het beste van proberen te maken.
Zo ook de King’s Singers uit het perfide Albion, zes mannen met gouden kelen.
Zij vertolken The Little Drummer Boy (de kleine trommelslager).

Vol verwachting klopt-ie

 
 
Poehee… dat is een tijd geleden, die laatste pots.
Om een lang verhaal kort te houden: Alles gaat goed, de bok is vet, het is kits achter
de rits, ik hoefde niet mee in de zak van Sinterklaas en Zwarte Piet is nu niet meer zwart.
Alleen geen tijd om te bloggen dus.
Mijn vriendin zegt dan: ‘Maar als je bloggen leuk vindt, dan máák je er toch tijd voor?’
Een wijze vrouw, die niet voor één gat te vangen is.
Maar dagelijks? Kweet niet, je leest het wel.
De gezondheid is, zoals de kop aangeeft, prima. Na alle ellende dit jaar ben ik vorige week goedgekeurd voor lichte dienst. Hart pompt op 40%, waar de gemiddelde mens zo’n 60% haalt.
Dat wil zeggen, het percentage bloed in je hart dat er met één hartenklop doorgejenst wordt.
Echt waar, letterlijk de woorden van mijn cardioloog al beweert zijn beroepsnaam het tegenovergestelde.
Met de liefde gaat het ook fantastisch, tot u schrijft de gelukkigste man van de straat/wijk/stad.
En dat mag best eens gezegd worden!
En nu?
Eerst maar eens wat rond- en bijlezen op tinternet.
Tot lezens!
 
 

De man en zijn hart II

 
 
Niet weten wat later komt… ken je die uitdrukking?

De laatste zin die ik in het vorige stukkie schreef was meer dan profetisch.
Na gedotterd te zijn leek alles goed te gaan.
Voorspoedig herstel, geen wolkje aan de lucht.
Tot er weer een rugpijn kwam die me heel veel deed denken aan wat ik al eens meegegemaakt had… Dus terug naar de cardioloog in Assen die niets kon ontdekken en het op spierpijn hield. Ik was thuis aan het klussen geweest, dus voor haar was dat een logische gevolgtrekking.
Tot ik de volgende dag, op 13 juli, weer terug kwam, deze keer met de ambulance want de rugpijn was te heftig om op een andere manier in het ziekenhuis te komen.
Weer niks te vinden.
Ik opperde op een gegeven moment of het misschien een longembolie kon zijn.
‘Nee, dat kan niet, u krijgt zoveel bloedverdunners, dat kan het niet zijn. Maar om alles uit te sluiten maken we een echo van uw hart, goed?’
Na de echo was er overleg, ik hoorde nog niets van de cardioloog. De echo was ook naar het UMCG gestuurd en op een gegeven moment hoorde ik van de arts op de spoedeisende hulp dat ik me niet meer mocht bewegen, stil moest blijven liggen en met spoed en de ambulance naar het UMCG ging.
Ik heb in Assen geen cardioloog meer gezien.

In Groningen stond een operatieteam klaar. De chirurg wilde eerst een gesprek met mij en mijn vriendin.
‘We moeten u met spoed opereren, meneer. Er zit bloed in het hartzakje en de achterkant van uw hart waar littekenweefsel zit van een vorig infarct, staat op scheuren. Als we niets doen, geef ik u nog één, misschien twee dagen, dan scheurt het en gaat u dood.’
Dat kwam hard aan.
‘Als u opereert, maak ik dan een kans?’ vroeg ik even later.
‘Er is een mogelijkheid dat u het niet overleeft, de schade is aanzienlijk. Maar we zullen alles doen om uw hart te repareren, we zetten er een matje in om de zwakke plek te versterken en maken alles netjes dicht.’
‘Ik heb dus geen alternatief… opereren dus en doe uw stinkende best!’
Hij knikte en er speelde een glimlach om zijn mond.
‘Doen we.’

Dokter Hartman (what’s in a name) was zeven uur met mij bezig.
’s Nachts om 1 uur kregen mijn vriendin en mijn zoon, die inmiddels ook gearriveerd was, bericht dat ik op de IC lag en dat de operatie achter de rug was.
Ze hielden me twee dagen ‘onder water’ op de IC, omdat het hart moest herstellen van de forse ingreep.
 
 
– vervolgt –
 
 

%d bloggers liken dit: